De nieuwe belasting op vermogen laat weer langer op zich wachten. NU.nl zette op 3 november op een rij wat het kabinet nu wil: voor de meeste beleggingen een vermogenswinstbelasting vanaf 2029, en voor spaargeld pas vanaf 2030. Wie geld opzij heeft gezet voor een nieuwe keuken, een aanbouw of isolatie vraagt zich dan al snel af of het iets uitmaakt wanneer dat geld de spaarrekening verlaat.
Het korte antwoord is dat box 3 zelden de doorslag geeft. De belasting die je bespaart door spaargeld in je huis te steken is meestal klein, en het verschil met lenen zit vooral in de rente. Hieronder staat de rekensom, zodat je hem met je eigen bedragen kunt maken. Dit is geen persoonlijk financieel advies; of het past hangt af van je buffer, je hypotheek en je plannen.
Wat er nu precies is uitgesteld
Volgens NU.nl geldt voor aandelen, obligaties en opties vanaf 2029 een vermogenswinstbelasting. Met de banken wordt nog besproken of 2028 kan, maar die kans noemt NU.nl zeer klein. Voor spaargeld, contant geld en crypto komt er vanaf 2029 eerst een jaar lang een vermogensaanwasbelasting, en vanaf 2030 moet de vermogenswinstbelasting voor alle soorten vermogen gelden. Daarvoor moet nog een nieuwe wet komen.
Tot die tijd blijft het huidige systeem met een fictief rendement bestaan, inclusief de tegenbewijsregeling, die een jaar langer doorloopt tot 2029. Het plan moet bovendien nog door het parlement. Maandag staat er een wetgevingsoverleg gepland, dus de jaartallen zijn nog niet definitief. Voor een verbouwing die je in 2026 of 2027 doet, reken je dus gewoon met de regels van nu.
De rekensom voor spaargeld in box 3
Over 2026 rekent de Belastingdienst voorlopig met een fictief rendement van 1,28 procent op spaargeld en een tarief van 36 procent. Het heffingvrije vermogen is 59.357 euro per persoon en 118.714 euro met een fiscale partner. Het definitieve percentage voor 2026 volgt rond februari 2027.
Dat komt erop neer dat je over elke 1.000 euro spaargeld boven de vrijstelling ongeveer 4,60 euro belasting per jaar betaalt (1,28 procent van 1.000 euro, en daarvan 36 procent). Een voorbeeld met alleen spaargeld.
- Alleenstaand met 80.000 euro spaargeld: 20.643 euro boven de vrijstelling, dus ongeveer 95 euro box 3-belasting per jaar.
- Dezelfde persoon steekt 30.000 euro in de verbouwing: er blijft 50.000 euro over, onder de vrijstelling, dus 0 euro.
- Met een fiscale partner en dezelfde 80.000 euro: je zit al onder de vrijstelling en de verbouwing levert in box 3 niets op.
Die 95 euro op een bedrag van 30.000 euro is ongeveer 0,3 procent per jaar. Dat is een aardige meevaller, maar geen reden om een verbouwing naar voren te halen of juist uit te stellen. Wie onder de vrijstelling zit, kan box 3 helemaal uit deze afweging laten.
Waarom 1 januari wel een datum is om op te letten
Voor het fictieve rendement telt je vermogen op de peildatum van 1 januari. Wat er daarna met je spaargeld gebeurt, verandert de belasting over dat jaar niet. Is je aannemer begin januari klaar en betaal je dan pas, dan telt dat geld voor 2027 nog gewoon als spaargeld. Betaal je de eindfactuur eind december, dan is het weg op de peildatum. In de rekensom hierboven gaat het om hooguit die 95 euro voor één jaar, dus laat je planning er niet door bepalen.
Dezelfde jaarwisseling speelt zwaarder als je verduurzaamt. De lagere ISDE-subsidie voor warmtepomp en isolatieglas in 2027 kan meer schelen dan de box 3-besparing in het voorbeeld, dus kijk daar eerst naar.
Sparen of lenen: de rente weegt het zwaarst
Laat je het spaargeld staan en verhoog je de hypotheek, dan betaal je hypotheekrente en krijg je spaarrente. De rente is aftrekbaar als je de lening gebruikt voor verbouwing of onderhoud van je eigen woning en haar in 30 jaar minimaal lineair of annuïtair aflost. Het maximale aftrektarief is 37,56 procent in 2026. Een rekenvoorbeeld over het eerste jaar, voor dezelfde 30.000 euro. De rentes zijn voorbeelden, geen voorspelling. We rekenen met 4,5 procent hypotheekrente, de stand van begin oktober, en een aangenomen spaarrente van 1,5 procent. Vul zelf je eigen rente in.
- Lenen: 1.350 euro rente, min maximaal 507 euro aftrek, is ongeveer 843 euro netto.
- Spaargeld gebruiken: 450 euro gemiste spaarrente, min 95 euro minder box 3 (alleen in het voorbeeld hierboven), is ongeveer 355 euro.
In dit voorbeeld is lenen zo’n 490 euro per jaar duurder, en dan tellen de kosten van het verhogen nog niet mee. Bij een hogere spaarrente of een lagere hypotheekrente wordt dat verschil kleiner. De box 3-besparing is in de vergelijking de kleinste post, en die verdwijnt helemaal als je onder de vrijstelling zit.
Wanneer lenen toch logisch kan zijn
De som gaat niet over zekerheid. Spaargeld dat in je muren zit, krijg je er niet zomaar uit als de auto of de cv-ketel kapotgaat. Blijft er na de verbouwing te weinig buffer over, dan kan een deel lenen de duurdere maar rustigere keuze zijn. Ook kan het schelen welke lening je kiest: het Warmtefonds is bij verduurzaming een alternatief voor de hypotheek.
Let verder op deze punten voordat je rekent.
- Eerder een huis met winst verkocht? Dan kan de eigenwoningreserve bepalen welk deel van je extra lening aftrekbaar is, en de verbouwing kan die reserve verlagen. Controleer dit voordat je op de aftrek rekent.
- Facturen bewaren. De Consumentenbond raadt dat aan, want de Belastingdienst kan vragen waaraan het geleende geld is besteed.
- Je WOZ kan stijgen. Het eigenwoningforfait is 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026. Stijgt die waarde door de verbouwing met 30.000 euro, dan telt er 105 euro extra inkomen mee, geen 105 euro belasting. Dat verandert de afweging nauwelijks.
Spaar je nog voor een verbouwing die pas over een paar jaar begint? Dan helpt het om te weten dat volgens de plannen van nu pas vanaf 2029 iets verandert voor spaargeld. Hoe de nieuwe belasting er precies uitziet, staat nog niet vast. Dat is een reden om je planning vooral te baseren op je budget en de staat van je huis. Wat de rentestand nu betekent voor een lening, lees je in dit stuk over lenen voor je verbouwing.
