De inflatie kwam in oktober uit op 3,7 procent, meldt NU.nl op basis van de snelle raming van het CBS van 4 november 2026. In september was dat nog 3,4 procent. Ligt er bij jou een begroting voor een verbouwing, dan is het verleidelijk om er gewoon 3,7 procent bij op te tellen. Dat is alleen het verkeerde getal. Dit is hoe je je budget wel narekent, en welk deel je in je offerte kunt vastzetten.
Waarom 3,7 procent niet jouw rekengetal is
De inflatie gaat over wat een huishouden in totaal uitgeeft. De stijging komt vooral door energie en motorbrandstoffen, die 14,4 procent duurder zijn dan een jaar eerder. Diensten stegen 3,9 procent, industriële goederen buiten energie 1,9 procent. Voeding, drank en tabak werden zelfs 0,6 procent goedkoper. Dat mandje lijkt in weinig op een verbouwing.
Voor de bouw is er een eigen cijfer. De CBS-index voor bouwkosten van nieuwbouwwoningen lag in september 2026 volgens voorlopige cijfers 5,1 procent boven september 2025. Loon steeg 4,8 procent en materiaal 5,3 procent. Het gaat om nieuwbouw en dus niet exact om jouw klus, maar je koopt grotendeels dezelfde materialen en vakmensen in. Daarmee is het een betere richting dan de inflatie. Voor een budget waarvan de opdracht nog niet is gegund, wijst het CBS op de outputindex, omdat daar ook algemene kosten, winst en risico in zitten. Die stond in het eerste kwartaal van 2026 eveneens 5,1 procent hoger dan een jaar eerder. Beide wijzen dus op zo’n 5 procent per jaar. Hoe die stijging is opgebouwd en waarom hij doorwerkt, lees je in ons eerdere stuk over bouwmaterialen en je aannemer.
Zo reken je je begroting na
Neem als voorbeeld een raming van 30.000 euro van een jaar geleden, met 12.000 euro aan arbeid en 18.000 euro aan materiaal. De bedragen zijn alleen bedoeld om mee te rekenen.
- Kijk hoe oud elk bedrag is. Alleen een prijs die je een jaar geleden kreeg, schuift een heel jaar op. Een offerte van vorige maand laat je staan, zolang die nog geldig is.
- Reken arbeid en materiaal apart door. Arbeid wordt 12.000 x 1,048 = 12.576 euro. Materiaal wordt 18.000 x 1,053 = 18.954 euro. Samen 31.530 euro, dus 1.530 euro meer.
- Tel door tot je startdatum. Begin je pas over een half jaar, reken dan nog eens de helft van 5 procent. Dat is een aanname, want niemand weet hoe de prijzen lopen, maar het voorbeeld komt dan op ongeveer 32.300 euro.
Die derde stap telt des te zwaarder als je pas volgend jaar kunt beginnen. Moet je lang wachten op een aannemer, dan verschuift je rekenperiode mee. Een materiaalgroep die sterker met de olieprijs meebeweegt, zoals bitumen of kunststof, kun je apart wat ruimer nemen.
Hoeveel buffer je erbovenop aanhoudt
Bovenstaande sommen gaan over prijzen. Een buffer is iets anders, die is voor wat je niet had voorzien, zoals rot hout achter een plint of een leiding die anders loopt dan gedacht. Houd die twee uit elkaar, anders eet de prijsstijging je reserve op voordat er iets tegenvalt.
Een officiële norm is er niet. HomeFinance, een hypotheekaanbieder, rekent met ongeveer 10 procent voor een flinke verbouwing. Op ons voorbeeld is dat zo’n 3.200 euro bovenop de 32.300 euro. Hoe ouder het huis en hoe meer er open moet, hoe logischer het is om daar boven te gaan zitten. Je weet immers pas wat er achter een wand zit als die weg is. Een deel van de tegenvallers kun je ook voorkomen, want faalkosten ontstaan vaak in de voorbereiding.
Leen je voor je verbouwing, vraag dan of je de buffer kunt meefinancieren en of je hem alleen betaalt als je hem gebruikt. Dan hoef je je spaargeld niet aan te spreken op het moment dat er iets tegenvalt.
Wat je in je offerte vastlegt
Hoeveel risico je zelf draagt, staat of valt met de afspraken. Als er niets over prijsstijgingen is afgesproken, is de aannemer volgens rechtsbijstandverzekeraar Univé zelf verantwoordelijk voor hogere materiaalkosten, behalve als de stijging niet te voorzien was. Veel contracten regelen het anders. Dan betaalt de aannemer bijvoorbeeld een stijging tot 5 procent van de aanneemsom en jij wat erboven zit. Een paar punten zijn het vragen waard:
- Is er een prijsclausule? Zo ja, vraag welke drempel geldt. Dan kun je je buffer erop afstemmen. De aannemer mag alleen de werkelijke extra kosten doorrekenen en daar niet op verdienen.
- Hoe word je geïnformeerd? Spreek af dat een verhoging vooraf en schriftelijk wordt gemeld, voordat het materiaal wordt besteld.
- Wat gebeurt er in de eerste drie maanden? Een beding in algemene voorwaarden dat een prijsverhoging binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst toestaat, is tegenover een consument onredelijk bezwarend, tenzij je dan mag ontbinden (artikel 6:236 onder i Burgerlijk Wetboek).
- Welke posten staan nog open? Stelposten zijn geen vaste bedragen. Reken de duurste keuze die je overweegt alvast door, en kijk ook naar wat er als meerwerk kan volgen.
Komt er toch een verhoging, ga dan eerst in gesprek. Je kunt de extra kosten delen of een onderdeel schrappen om ze op te vangen.
De volledige inflatiecijfers over oktober volgen op 10 november. Voor je berekening verandert dat weinig. De bouwindex is het cijfer dat je maandelijks in de gaten houdt.
