Gaat je cv-ketel na 2028 kapot, dan mag je er straks waarschijnlijk niet zomaar weer een nieuwe ketel voor terughangen. Het kabinet wil dat je vanaf 2029 in veel gevallen minimaal een hybride warmtepomp neemt als de ketel aan vervanging toe is. Dat meldde Vereniging Eigen Huis op 7 oktober, op basis van een brief van minister Boekholt-O’Sullivan van Wonen aan de Tweede Kamer. Het is nog geen wet. Maar wie nu verbouwt, kan er wel al rekening mee houden, en dat scheelt later gedoe.
Wat er in de plannen staat
De verplichting kwam niet uit de lucht vallen. Het coalitieakkoord kondigde hem al aan, en in de brief staan nu de eerste details. Volgens Vereniging Eigen Huis komt het hierop neer.
- Je moet minimaal een hybride warmtepomp nemen, die samenwerkt met een cv-ketel. Een volledig elektrische warmtepomp mag ook.
- Het moet een slimme warmtepomp zijn, die je zo kunt instellen dat hij vooral draait als het rustig is op het stroomnet.
- Komt er in je wijk op korte termijn een warmtenet, dan hoef je geen warmtepomp te nemen.
- Appartementen vallen er voorlopig buiten, omdat er vaak geen plek is en geluid sneller een probleem wordt.
- Het kabinet heeft voor het plan nog een meerderheid in de Tweede Kamer nodig.
Eerder wilde het kabinet-Rutte IV hetzelfde, waarna het kabinet-Schoof het plan schrapte. Dat de regel er dus echt komt, is nog niet zeker. Ik zou er toch van uitgaan. Twee keer bijna is vaak een teken dat het de derde keer wel lukt.
Waarom je dit bij een verbouwing al meeneemt
Een hybride warmtepomp is geen kastje dat je even aan de muur hangt. Er hoort een buitenunit bij, leidingen naar binnen, een eigen stroomgroep en een binnendeel bij je ketel. Ben je toch aan het verbouwen, dan regel je die dingen nu voor een fractie van de moeite. Achteraf betekent het vaak hakken in een net afgewerkte muur of gevel.
Vereniging Eigen Huis noemt zelf de punten die het verschil maken. Er moet ruimte zijn, de buitenunit mag geen geluidsoverlast geven en het moet financieel uit kunnen, inclusief isolatie of geluidsdemping die erbij komt kijken. Dat zijn precies de dingen die je in een verbouwplan kunt meenemen.
Vijf dingen die je nu al regelt
- Een plek voor de buitenunit. Kies een plek die niet direct onder het slaapkamerraam van de buren zit, op een stevige, vlakke ondergrond. Een gevel aan de achterkant of een plek op een plat dak van een aanbouw werkt vaak goed. Leg bij een nieuwe aanbouw alvast een betonnen poer of tegel op de beoogde plek.
- Een doorvoer in de gevel. Laat bij het metselen of afwerken een mantelbuis meenemen van buiten naar de ruimte waar je ketel hangt. Dan hoeft er later niet geboord te worden door nieuw stucwerk of tegels.
- Een vrije groep in de meterkast. Een warmtepomp wil een eigen groep. Laat je de groepenkast toch aanpassen, vraag dan meteen om een reservegroep. Wanneer dat aanpassen nodig is, lees je in ons stuk over de groepenkast vervangen.
- Isolatie eerst. Een warmtepomp werkt het best in een huis dat warmte vasthoudt. Isoleer je nu de vloer of het dak, dan heb je later minder vermogen nodig.
- Radiatoren en vloerverwarming. Leg je een nieuwe vloer, overweeg dan vloerverwarming. Die werkt met lagere watertemperaturen, en daar is een warmtepomp op zijn best.
Twijfel je welke soort bij je huis past, lees dan eerst warmtepomp of hybride ketel. Daar staat per type woning wat haalbaar is.
Wat als je ketel nu al oud is
Is je ketel al flink op leeftijd en moet hij vóór 2029 vervangen worden, dan geldt de plicht nog niet en mag je een gewone ketel kiezen. Het is wel slim om nu al te bekijken of een hybride warmtepomp kan, zodat je later niet voor een verrassing staat.
Denk ook aan onderhoud. Vereniging Eigen Huis wijst erop dat warmtepompbezitters vaak moeite hebben een monteur te vinden, en vindt dat de plicht pas mag ingaan als onderhoud goed geregeld is. Vraag daarom bij een offerte altijd wie het onderhoud doet en hoe snel ze komen bij een storing. Een installateur die alleen plaatst en daarna onbereikbaar is, heb je niets aan.
Woon je in een appartement
Voor appartementen geldt de plicht voorlopig niet. De minister kijkt nog hoe en wanneer dat wel kan. Voor een buitenunit aan de gevel heb je meestal toestemming van de VvE nodig, en daarmee van de andere eigenaren. Wil je toch al iets doen, zet het dan op de agenda van de volgende ledenvergadering. Zo’n besluit kost tijd, en je bent beter vroeg dan laat.
