Er is een verschil tussen zelf besluiten dat je van het gas af gaat en te horen krijgen dat je wijk eraan moet. In het eerste geval kies je je moment en je budget. In het tweede geval ligt er een planning van de gemeente en een berekening waarin staat dat het voor jou betaalbaar is. En over die berekening gaat het hier.
Vereniging Eigen Huis waarschuwt dat bewoners die van het gas af moeten vaak duurder uit zijn dan verwacht. De vereniging reageerde op de rekenregels die het kabinet heeft opgesteld en waarmee gemeenten straks moeten uitrekenen wat de overstap voor hun inwoners betekent. Belangenbehartiger Helen Visser zegt daarover: “De overheid gaat eigenlijk uit van het gunstigste scenario, maar dat is vrijwel nooit de realiteit.”
Hoe de berekening werkt
Gemeenten mogen de komende jaren wijken aanwijzen die overstappen op een warmtenet of een warmtepomp, en uiteindelijk mogen ze daar de gaskraan dichtdraaien. Dat mag alleen als de overstap voor minstens 70 procent van de bewoners betaalbaar is. Betaalbaar betekent in dit geval: de kosten van bijvoorbeeld een warmtepomp, een aansluiting op het warmtenet of de benodigde isolatie zijn niet hoger dan wat je bespaart op je energierekening.
Dat klinkt als een redelijke toets, en dat is het op zich ook. Het probleem zit in wat er aan de kostenkant wel en niet meetelt. Vereniging Eigen Huis noemt drie posten die volgens haar ontbreken: de opslag van je spullen, tijdelijke huisvesting tijdens de verbouwing, en asbestverwijdering. Alle drie zijn ze in een huis van voor 1994 geen uitzondering maar routine.
De posten die op offertes ontbreken
Ik loop bijna twintig jaar mee op verbouwingen en ik kan de lijst van Vereniging Eigen Huis moeiteloos aanvullen. Dit zijn de vier die ik het vaakst vergeten zie worden.
De groepenkast en de aansluiting. Een volledig elektrische warmtepomp trekt vermogen dat veel oudere aansluitingen niet aankunnen. Dan komt er een verzwaring bij de netbeheerder bovenop en meestal ook een nieuwe kast. De tarieven van de netbeheerder zijn openbaar en overzichtelijk, de kast is een offerte. Ik heb ze allebei op een rij gezet in groepenkast vervangen: wanneer het nodig is en wat het kost. Reken hier al snel op meer dan duizend euro voor beide rekeningen samen.
De radiatoren. Een cv-ketel stookt water van tegen de zeventig graden, een warmtepomp werkt het efficiëntst rond de vijfendertig. Dat betekent dat je radiatoren twee keer zoveel oppervlak nodig hebben om dezelfde kamer warm te krijgen. In de praktijk gaan er in een rijtjeshuis vaak drie tot vijf radiatoren uit, en dat zijn lage temperatuurradiatoren of convectoren met een ventilator. Die staan zelden in de offerte van de warmtepomp zelf.
De leidingen. Dunne leidingen die genoeg waren voor heet water, zijn te krap voor het grotere debiet dat bij lage temperatuur hoort. Soms is dat een kwestie van één streng vervangen, soms betekent het vloeren open. En als de vloer toch open moet, wil je meteen weten of de vloerisolatie op orde is, want die twee klussen wil je niet twee keer doen.
De afwerking. Dit is de post die niemand begroot en die iedereen betaalt. Een binnenunit hangen betekent gaten boren, een leiding wegwerken betekent stukadoorswerk, een radiator vervangen laat een schaduw op de muur achter. Reken op schilderwerk in elke ruimte waar iets is gebeurd.
Waarom de energierekening niet het hele antwoord is
De betaalbaarheidstoets zet de investering tegenover de besparing op je energierekening. Dat gaat uit van twee dingen die je niet in de hand hebt: de gasprijs en de stroomprijs. Loopt de stroomprijs op terwijl gas gelijk blijft, dan verdampt je besparing en blijft de investering staan.
Daar komt bij dat de subsidiekant ook beweegt. De bijdragen voor een warmtepomp en voor goed glas gaan per 1 januari omlaag, iets wat ik uitrekende in wat de nieuwe subsidieregels met je verbouwing doen. Op dezelfde verbouwing scheelt dat al snel een kleine tweeduizend euro. Als de gemeentelijke rekensom gemaakt is met de bedragen van dit jaar, klopt hij volgend jaar niet meer.
Wat je nu kunt doen
Wachten tot de brief van de gemeente komt is de slechtste optie, want dan sta je in de rij bij dezelfde installateurs als de rest van je straat.
Vraag als eerste bij je gemeente op in welke fase jouw wijk zit. Die informatie staat in de transitievisie warmte of het uitvoeringsplan en is openbaar. Weet je dat je pas over acht jaar aan de beurt bent, dan heb je alle tijd om in je eigen tempo te isoleren, en isolatie is sowieso nooit weggegooid geld.
Laat als tweede een warmteverliesberekening maken voordat je offertes vergelijkt. Dat is een berekening per ruimte waaruit blijkt welk vermogen je nodig hebt en welke radiatoren mee kunnen. Zonder dat papier zijn twee offertes voor een warmtepomp niet te vergelijken, want de een rekent de radiatoren mee en de ander niet.
En vraag als derde altijd een offerte waarin de vier posten hierboven expliciet staan, ook als het antwoord “niet nodig” is. Dan staat zwart op wit dat de installateur ernaar gekeken heeft. Blijkt het later toch nodig, dan heb je een gesprek in plaats van een discussie.
Wat mij aan dit dossier stoort, is niet dat verduurzamen geld kost. Dat wist iedereen. Het is dat de rekensom waarmee wordt vastgesteld of het voor jou haalbaar is, uitgaat van een verbouwing die vlekkeloos verloopt in een huis zonder verrassingen. Zo’n huis heb ik nog niet gezien. Dat de vereniging daar een officiële reactie op heeft ingediend, is dus terecht, en tot die reactie iets oplevert reken je zelf je marge erbij. Vijftien procent boven op de offerte is geen pessimisme, dat is ervaring.
