Wie verbouwt en van het gas af gaat, krijgt vroeg of laat de vraag of de stroomaansluiting wel zwaar genoeg is. Een warmtepomp, een inductiekookplaat en misschien een laadpaal op de oprit. Het gevoel zegt dat daar een zwaardere aansluiting bij hoort. Volgens de Autoriteit Consument en Markt is dat gevoel vaak verkeerd, en betalen veel mensen daardoor jaar in jaar uit te veel.
Op 6 oktober 2026 maakte de ACM bekend dat ruim 300.000 huishoudens en kleine bedrijven een zwaardere aansluiting hebben dan ze op basis van hun verbruik nodig hebben. Ook nu.nl berichtte erover. Voor iedereen die nu een verbouwing plant, is dit een goed moment om even stil te staan bij wat je echt nodig hebt.
Wat de ACM heeft gevonden
De ACM keek naar het verbruik van aansluitingen die zwaarder zijn dan de standaard van 3×25 ampère. Ongeveer 266.000 huishoudens en bedrijven hebben zo’n zwaardere aansluiting, terwijl ze minder dan 15.000 kWh per jaar verbruiken. Bij 28.000 daarvan ligt het verbruik zelfs onder de 5.000 kWh, wat in de buurt komt van een gewoon gezin. Daarnaast zijn er ongeveer 47.000 aansluitingen die zwaarder zijn dan 3×35 ampère, met een verbruik tussen de 15.000 en 25.000 kWh.
Het verschil in netkosten is fors. Volgens de ACM kost een aansluiting van 3×35 ampère in 2026 ongeveer vijf keer zoveel aan vaste netbeheerkosten als de standaardaansluiting, en een nog zwaardere aansluiting nog meer. Dat bedrag betaal je elk jaar via je energierekening, los van hoeveel stroom je verbruikt.
Warmtepomp, inductie en laadpaal passen vaak op 3×25 ampère
Voor de verbouwer is dit misschien wel het belangrijkste deel van het bericht. De ACM verwijst naar onderzoek waaruit blijkt dat zelfs een aansluiting van 3×25 ampère voor de meeste huishoudens niet nodig is voor een elektrische warmtepomp, een elektrische auto en een inductiekookplaat. Een zware aansluiting is volgens de toezichthouder pas echt nodig als je verschillende zware apparaten tegelijk gebruikt, zoals een sauna, een zwembad of een verwarmde vijver.
Dat sluit aan bij wat installateurs zelf vaak zeggen. Het gaat minder om het totale vermogen van al je apparaten bij elkaar, en meer om wat er tegelijk aanstaat. Een warmtepomp draait in de winter lang en rustig. Een inductieplaat trekt kort veel stroom. Een auto kun je laden wanneer de rest van het huis rustig is. Wie dat slim verdeelt, komt met een standaardaansluiting meestal ruim uit.
Waar het in huis wel vaak knelt, is niet de aansluiting op de straat maar de groepenkast. Een warmtepomp, een kookplaat en een laadpaal hebben elk een eigen groep nodig, en een kookplaat soms een aansluiting op twee fasen. Dat los je op in de meterkast, niet bij de netbeheerder. Over wanneer dat nodig is schreven we eerder over het vervangen van de groepenkast.
Zo check je wat je nu hebt
Je aansluiting staat op de jaarrekening van je energieleverancier. Daar zie je de capaciteit staan, bijvoorbeeld 1×35 ampère, 3×25 ampère of 3×35 ampère. Je kunt ook in de meterkast kijken naar de hoofdzekering vóór de meter, maar die is verzegeld en daar blijf je verder af.
Vergelijk die capaciteit daarna met je verbruik over het afgelopen jaar, dat op dezelfde jaarrekening staat. Zit je ruim onder de grenzen die de ACM noemt en heb je geen sauna of zwembad, dan is de kans groot dat je aansluiting zwaarder is dan nodig. Dat komt vaak voor in huizen waar een vorige eigenaar ooit verzwaard heeft, of waar bij een verbouwing voor de zekerheid een zwaardere aansluiting is aangevraagd.
Terugschalen, en waarom je dat niet overhaast doet
Verkleinen vraag je aan bij je netbeheerder, en dat is in de regel Liander, Enexis of Stedin, afhankelijk van waar je woont. De ACM noemt een eenmalig bedrag voor het verkleinen dat je bij de meeste huishoudens in het eerste jaar al terugverdient. Een monteur past de hoofdzekering aan, en vanaf dat moment betaal je de lagere vaste kosten.
Maar doe het niet zomaar. De ACM waarschuwt zelf dat het stroomnet op veel plekken vol is. Wil je later toch weer verzwaren, dan kom je vaak op een wachtlijst. Dat speelt nu al op veel plekken, zoals we eerder beschreven bij de wachtrij voor een zwaardere aansluiting. Wie dus van plan is binnen een paar jaar een warmtepomp, laadpaal of thuisbatterij te nemen, rekent eerst uit wat dat in huis betekent, voordat hij de aansluiting verkleint.
Onze mening is dat je de volgorde moet omdraaien. Laat bij je verbouwplan eerst een installateur uitrekenen welke piek je straks hebt met alle nieuwe apparaten erbij. Komt dat binnen 3×25 ampère, dan kun je met een gerust hart verkleinen, en scheelt het je elk jaar geld. Komt het er net boven, kijk dan eerst of je met slim laden of een warmtepomp met een begrensd vermogen alsnog onder die grens blijft.
Wat je zelf kunt doen om pieken te vermijden
- Laad de elektrische auto ’s nachts of met een lager laadvermogen, de ACM noemt langzamer laden expliciet als manier om met een kleinere aansluiting uit te komen
- Zet wasmachine, droger en vaatwasser niet tegelijk aan als de kookplaat ook aanstaat
- Kies bij een laadpaal voor een model met load balancing, dat het laadvermogen terugschroeft als de rest van het huis veel vraagt
- Laat bij een warmtepomp het elektrische bijverwarmingselement zo instellen dat het niet onnodig bijspringt
Het mooie aan dit nieuws is dat het voor de meeste verbouwers een geruststelling is. Van het gas af betekent niet automatisch een zware aansluiting en hogere vaste lasten. Wie zijn installatie slim laat ontwerpen, komt met het standaardnet meestal prima uit, en wie nu te zwaar zit, kan zelfs geld terugwinnen.
