Boren in tegels gaat mis op twee momenten: bij het aanzetten, als de boor wegglijdt over het glazuur, en halverwege, als je met klopfunctie door de tegel ramt. Voorkom allebei en je hebt geen barst. Dat betekent in de praktijk: schilderstape op het boorpunt, een tegelboor met een speerpunt in plaats van een gewone steenboor, en de klopfunctie uit tot je door de tegel heen bent. Verder laag toerental en geduld. Een tegel doorboren duurt langer dan je denkt, en precies daar gaat het bij de meeste mensen fout. Ze duwen harder omdat het niet opschiet, en dan scheurt hij.
Waarom een tegel scheurt en beton niet
Een wandtegel bestaat uit een keramische scherf met daarop een dunne, keiharde glazuurlaag. Die glazuurlaag is glad en bros. Een gewone steenboor met een botte hardmetalen punt heeft daar geen grip op en gaat dansen. Zodra hij een millimeter wegschiet, krast hij over je tegel, en dat krijg je er niet meer af.
Het tweede probleem is de klopfunctie. Die is bedoeld om steen te verbrijzelen door duizenden kleine klappen. Een tegel is niet gemaakt om klappen op te vangen: de spanning trekt vanaf het boorgat door de scherf heen en dan heb je een haarscheur van boven naar beneden. Vaak zie je die scheur pas als je het gat al hebt geboord en denkt dat je klaar bent.
Daar komt bij dat een tegel meestal op een holle ondergrond zit, of op een lijmlaag die niet overal even dik is. Waar de tegel niet volledig ondersteund is, buigt hij mee met de druk van je boor. Dat is het moment waarop hij het begeeft. Je hoort dan een korte tik, en dan weet je genoeg.
Het juiste gereedschap scheelt het meeste
Je hebt een tegelboor nodig. Dat is een boor met een scherpe speerpunt, meestal van hardmetaal, die zich in het glazuur bijt in plaats van eroverheen te glijden. Ze zijn er vanaf een euro of vier per stuk en ze zijn bij Gamma, Praxis, Karwei, Hornbach en de bouwmarkt om de hoek gewoon los per maat te koop.
Voor harde tegels, en zeker voor keramisch graniet of porcellanato, is een diamantboor de betere keuze. Die snijdt in plaats van te schrapen. Hij kost meer, tien tot vijfentwintig euro, maar hij gaat door tegels waar een gewone tegelboor op afketst. Herken je harde tegel hieraan: als de speerpuntboor na een minuut nog geen millimeter heeft gemaakt en je ziet alleen wit stof, is het tijd voor diamant.
De machine zelf is minder kritisch dan het bit, zolang je het toerental kunt regelen en de klopfunctie kunt uitzetten. Een accuboormachine is hier zelfs prettiger dan een zware klopboormachine, juist omdat je hem beter beheerst. Welke machine bij welk werk past, staat uitgebreid in de gids voor het kiezen van een boormachine.

Eerst kijken wat er achter zit
Voordat je iets doet: weet wat er achter de tegel loopt. In een badkamer en een keuken zitten leidingen en kabels precies daar waar je ze niet verwacht, want ze lopen naar de kraan, het toilet en de stopcontacten. Boor je een waterleiding aan, dan is je klusje van tien minuten een schadepost van honderden euro’s.
Gebruik een leidingzoeker en scan het hele vlak, niet alleen het punt waar je gaat boren. Houd daarnaast de vuistregel aan dat leidingen verticaal en horizontaal lopen vanaf aansluitpunten. Recht boven een kraan, recht onder een stopcontact en in een strook van vijftien centimeter naast een leidingschacht boor je niet.
Dit is geen overdreven voorzichtigheid. VeiligheidNL registreert via het Letsel Informatie Systeem dat privé-ongevallen veruit de grootste categorie zijn op de spoedeisende hulp, met 327.000 behandelingen in 2021 volgens de kerncijfers letsels in Nederland. Klussen in en om het huis is een reëel deel van dat cijfer. Veiligheidsbril op, en werk niet op een wiebelend krukje.
Zo boor je in zes stappen een gaaf gat
Reken op vijf minuten per gat. Haast is hier je grootste vijand.
- Meet het boorpunt uit en plak er een kruisje schilderstape overheen. Zet je potloodmarkering op de tape, niet op de tegel. De tape geeft de boorpunt grip en houdt je markering zichtbaar.
- Boor bij voorkeur in de voeg als dat kan. Voegwerk is zacht, scheurt niet en is later makkelijk te herstellen. Kan het niet, kies dan het midden van de tegel en blijf minstens twee centimeter van de randen.
- Zet de klopfunctie uit en het toerental laag, rond de vijfhonderd toeren. Houd de machine haaks op de wand en druk licht, met constante kracht. Laat de boor het werk doen.
- Koel tussendoor met een beetje water of stop elke twintig seconden even. Een oververhitte boorpunt wordt bot en gaat schuren in plaats van snijden, en dan bouwt de spanning in de tegel zich op.
- Zodra je door de tegel heen bent, voel je de weerstand wegvallen. Wissel nu pas naar een gewone steenboor van dezelfde maat, en zet de klopfunctie aan om verder de muur in te gaan.
- Blaas het gat schoon, haal de tape eraf en zet de juiste plug erin. Welke plug bij welke ondergrond hoort, staat in het overzicht van welke plug voor welke muur.
Wat je nodig hebt: een tegelboor of diamantboor in de juiste maat, een gewone steenboor van dezelfde maat, schilderstape, een potlood, een leidingzoeker, een veiligheidsbril, een stofzuiger en pluggen met schroeven. Dat is allemaal los verkrijgbaar bij de bouwmarkt en samen ben je onder de dertig euro klaar.
De maatvoering die mensen overslaan
Boor het gat in de tegel altijd één maat groter dan de plug, en het gat in de muur erachter precies op maat. Klinkt tegenstrijdig, maar er zit logica in: een plug die klem in de tegel zit, drukt van binnenuit tegen het keramiek. Die spanning is de meest onderschatte oorzaak van scheuren die pas dagen later opduiken.
Boor je bijvoorbeeld voor een plug van acht millimeter, dan gaat er een tegelboor van negen of tien millimeter door de tegel en een steenboor van acht door de muur. De plug zit dan alleen in het metselwerk vast en raakt de tegel niet. Zo hoort het.
Let ook op de diepte. Boor twee centimeter dieper dan de plug lang is, zodat het boorgruis onderin kan blijven liggen. Anders komt de plug er niet helemaal in en steekt hij uit, en dan trek je hem er bij het aandraaien juist weer uit.
Wat ik zou doen bij twijfel
Mijn advies, en dat is echt een keuze die ik zelf ook maak: boor in de voeg wanneer het maar even kan. Twee millimeter opschuiven kost je niets en het risico verdwijnt volledig. Ik zie veel mensen krampachtig het midden van een tegel opzoeken omdat dat netter zou staan, terwijl een spiegel of handdoekrek een centimeter verschoven visueel niemand opvalt.
En als je twijfelt over de hardheid van de tegel, koop dan meteen de diamantboor. Het scheelt vijftien euro, maar een gebarsten tegel in een betegelde wand kost je een halve zaterdag en meestal ook nog een uitstapje langs vier bouwmarkten op zoek naar dezelfde tegel. Die rekensom valt niet lastig uit.
Wat ik afraad: het oude trucje met een spijker om eerst een putje in het glazuur te tikken. Dat werkte bij de zachte tegels van dertig jaar geleden. Op moderne tegels tik je er net zo makkelijk een schilfer af, en dan heb je de schade die je wilde voorkomen zelf veroorzaakt. Schilderstape doet hetzelfde werk zonder risico.
Als het toch misgaat
Heb je een haarscheur? Die zit er en die blijft zitten, maar hij is wel te maskeren. Vul de scheur met transparante of kleurgelijke voegkit en trek hem strak af. Van een halve meter afstand zie je er niets meer van, en je voorkomt dat er vocht achter de tegel komt.
Is de tegel echt gebroken, dan is vervangen de enige echte oplossing. Tik de tegel voorzichtig stuk vanuit het midden, hak de lijmresten weg, en zet een nieuwe terug. Hoe je dat netjes doet inclusief het opnieuw voegen, staat stap voor stap in de handleiding over badkamer tegelen voor beginners.
Hang je iets zwaars op, denk dan aan de belasting. Een plank of kast in een betegelde wand vraagt om pluggen die in het metselwerk grip hebben en niet in de lijmlaag. Hoe je dat aanpakt zonder zichtbare beugels, lees je bij een plank ophangen met onzichtbare beugel.
Boren in tegels is geen kwestie van kracht maar van volgorde: eerst kijken wat erachter zit, dan tape en de juiste boor, dan langzaam en zonder klop door het glazuur, en pas daarna de muur in. Wie die volgorde aanhoudt, boort net zo makkelijk in een tegel als in gipsplaat. Wie hem overslaat, hoort die ene tik die je niet wilt horen.
