Steeds meer aanbouwen, dakopbouwen en hele verdiepingen worden in hout gebouwd. Het gaat snel, het is licht en de fundering hoeft er minder voor te doen. Vakblad Bouwwereld publiceerde vandaag een stuk over waar het bij houtskeletbouw in de praktijk misgaat, op basis van schadedossiers van ingenieursbureau Kettlitz Gevel- en Dakadvies. Het gaat over gestapelde woningbouw, maar de fouten die daar opduiken zijn precies de fouten die ook in een aanbouw van zes bij vier worden gemaakt.
Water dat naar binnen komt tijdens de bouw
De meest gemelde schade begint niet als het huis af is, maar tijdens de ruwbouw. Houtskeletelementen staan dagen of weken open en onbeschermd terwijl het regent. In de dossiers van Kettlitz gaat het om elementen waarin het OSB een vochtgehalte van twintig procent bereikt, en daar krijg je schimmelkolonies bij. Die schimmel trekt later door in de binnenafwerking, in het gips of de Fermacell, en dan sta je een jaar na oplevering plafonds open te breken.
Het tweede probleem is dat dat vocht er niet meer uit kan. Zodra er dampdichte folie of een verkeerd gekozen underlayment overheen gaat, zit het water opgesloten in de constructie. Hout dat nat de folie in gaat, komt er niet vanzelf droog uit. Dit is het punt waarop ik als opdrachtgever het hardst zou duwen, want het kost op de bouw alleen tijd en zeil, en het scheelt later een herstelproject.
Wat je concreet afspreekt voordat de elementen komen, is wie ze afdekt en waarmee. Steigerdoek of bouwzeil met voldoende overlap, vastgezet zodat het bij wind blijft liggen, en een planning waarin de gevel en het dak zo snel mogelijk dicht gaan. Koop er een simpele houtvochtmeter bij, zo een van het eenvoudige soort bij de bouwmarkt of de gereedschapszaak. Meet zelf voordat de folie erop gaat. Boven de twintig procent laat je niets dichtmaken.
De laag die luchtdicht moet zijn en het vaak niet is
Aan de binnenkant zit de dampremmende laag. Die moet warme, vochtige binnenlucht tegenhouden, want zodra die lucht de constructie in kruipt en tegen een koud vlak komt, slaat er condens neer. Bij Bouwwereld komt dat terug als langdurig vochtige omstandigheden in het houtskelet, met schade aan het hout tot gevolg.
In de praktijk gaat het bijna nooit mis in het midden van een wand, maar altijd bij de aansluitingen. Rond stopcontacten, bij de aansluiting van vloer op wand, langs het dakvlak en bij elke leiding die erdoorheen gaat. Daar komt precies hetzelfde terug als bij dakisolatie op zolder, waar de dampremmer ook op de naden staat of valt. Reken op dampremmende folie, luchtdichte tape van het merk dat bij die folie hoort, luchtdichte doorvoermanchetten voor leidingen en een kokerdoos voor elk stopcontact in de buitenwand. Folie, tape en manchetten liggen bij de bouwmarkt en bij de betere houthandel, en de houthandel is meteen het adres voor de regels, het plaatmateriaal en de balkschoenen.
De schroeven en beugels die niemand controleert
Een detail uit het artikel dat ik zelf zou zijn vergeten, gaat over de bevestigingsmiddelen. Gewoon verzinkte beugels en schroeven zijn voor een houtskeletgevel niet genoeg. Het Besluit bouwwerken leefomgeving vraagt minimaal Sendzimir-verzinking, en het uitgangspunt is dat de bevestiging in een matig chloridebelast klimaat ten minste vijftig jaar meegaat. Aan de kust of langs een drukke weg is dat geen theoretische eis.
Bij een aanbouw is dit een kleine post die vaak op de bouw wordt ingevuld door wie er die dag staat. Zet het in de offerte, in dezelfde regel waarin ook de folie en de tape staan. Dat is trouwens waar dit soort dingen alsnog geld kosten als je het niet doet, want een wijziging tijdens de bouw komt terug als meerwerk op de rekening.
Waarom het misgaat, en wat jij daaraan doet
De oorzaken die Bouwwereld noemt zijn zelden technisch. Het gaat over de volgorde waarin gewerkt wordt, over gevelsluitende werkzaamheden die te laat beginnen, over weinig ruimte en veel snelheid, over werkvoorbereiding die er niet is en over ploegen die elkaar niet verstaan. Dat zijn stuk voor stuk dingen waar een particuliere opdrachtgever meer invloed op heeft dan op de constructie zelf.
Vraag dus voordat je tekent wie de elementen afdekt, op welke dag de gevel dicht gaat, welke folie er aan de binnenkant komt en wie de aansluitingen tapet. Vraag of je bij de oplevering van de ruwbouw mag meekijken, op het moment dat de dampremmer er ligt en er nog niets voor zit. Dat is het enige moment waarop je het kunt zien. Wie nog aan het kiezen is tussen een uitbouw, een opbouw of een dakkapel, leest eerst welke uitbreiding bij welk huis past en neemt deze vragen daarna mee naar de aannemer.
