De meeste ladderongelukken thuis gebeuren niet op grote hoogte. Ze gebeuren op twee, drie meter, bij een klus van vijf minuten, met een ladder die net iets te steil of net iets te vlak staat. De hoek waaronder je hem zet is het enige dat je vooraf kunt controleren, en er bestaat een vuistregel voor die je nooit meer vergeet.
De kwartregel
Zet de voet van de ladder op een kwart van de klimhoogte afstand van de muur. Reik je tot vier meter, dan staat de voet één meter van de gevel. Bij zes meter is dat anderhalve meter. Dat komt neer op een hoek van ongeveer 75 graden, en dat is precies het bereik waarin een ladder niet omvalt en niet wegglijdt.
Er is een controle die je zonder rolmaat kunt doen. Ga met je tenen tegen de voet van de ladder staan en strek je armen recht vooruit op schouderhoogte. Raken je handpalmen de sport, dan staat hij goed. Moet je voorover leunen, dan staat hij te vlak. Kun je er niet bij, dan staat hij te steil, en te steil is de gevaarlijkste van de twee omdat de ladder dan achterover kan kantelen op het moment dat je bovenin naar opzij reikt.
Boven het steunpunt uit
Wil je op een dak, een plat stuk of een steiger stappen, dan moet de ladder minstens één meter boven dat steunpunt uitkomen. Zonder dat stuk om vast te houden is de overstap het gevaarlijkste moment van de hele klus, want daar laat je met beide handen los terwijl je gewicht verplaatst.
Bind de ladder aan de bovenzijde vast als je hem langer dan een paar minuten gebruikt. Een spanband of een stuk touw om een haak, een goot mag ook als die stevig vastzit. Een ladder die vaststaat, glijdt niet weg als je op de bovenste helft naar links reikt.
De ondergrond doet de rest
Een ladder zakt weg in een grasveld, glijdt op een natte tegel en kantelt op een molshoop. De voet hoort op een vlakke, harde, droge ondergrond te staan. Staat de ladder op zachte grond, leg er dan een plank onder over de volle breedte. Op een gladde vloer helpen rubberen voeten die schoon zijn: zit er zand of stof op, dan doen ze niets.
Sta nooit op de bovenste twee treden en houd altijd drie contactpunten: twee voeten en een hand, of twee handen en een voet. Dat betekent ook dat je gereedschap niet in je hand meeneemt maar in een gordel of in een emmer aan een touw. Wie met een verfblik in de ene hand klimt, heeft die regel al gebroken voordat hij begint.
Een paar dingen die mensen ondanks alles blijven doen
De ladder verplaatsen door hem met je heup mee te schuiven terwijl je erop staat. De onderste sport op een emmer zetten om net dat halve meter te overbruggen. Een uitschuifladder gebruiken met minder dan drie sporten overlap. En de klassieker: op een schuin dak klimmen om een pan recht te leggen.
Die laatste is de reden dat dit stuk bestaat. Werk op een schuin dak hoort niet vanaf een ladder te gebeuren. Een ladder is bedoeld om ergens te komen en om kort licht werk te doen, niet als werkplek. Moet er langer gewerkt worden, bijvoorbeeld aan de goot, de dakrand, de schoorsteen of de dakpannen, dan hoort daar een rolsteiger of een steiger bij, en bij dakwerk zelf een dakdekker met de juiste veiligheidsvoorzieningen. Een rolsteiger huur je in 2026 voor 60 tot 120 euro per week bij een verhuurbedrijf, en dat is minder dan de eigen bijdrage van de meeste ongevallenverzekeringen.
Waar je op let bij aanschaf
Een ladder voor thuisgebruik hoort te voldoen aan EN 131. Op het etiket staat of hij is bedoeld voor huishoudelijk of professioneel gebruik, en professionele modellen zijn zwaarder uitgevoerd en stabieler. Kijk vooral naar de stabilisatiebalk onderaan: dat brede stuk maakt meer verschil dan het aantal sporten. Ladders koop je bij de bouwmarkt of bij een gereedschapsleverancier, en een oude ladder van familie neem je niet zomaar over. Aluminium dat een keer hard gevallen is, kan haarscheuren hebben die je niet ziet.
