Woningcorporaties moeten hun huizen met de slechtste energielabels opknappen, en voor veel van hen is label D daarbij de ondergrens. Maar is het verstandig om bij een renovatie niet verder te gaan dan dat? Die vraag stelt Bouwwereld in een achtergrondstuk van 21 oktober 2026. Gerrolt Ooijman, directeur-bestuurder van corporatie Wonion, pleit voor een integrale aanpak in plaats van een renovatie tot net boven de streep. Han Vrijmoed van Gezonde Woning Keur voegt eraan toe dat materiaalkeuze en de gezondheid van bewoners net zoveel aandacht verdienen als het label. Het gaat over huurwoningen, maar de les geldt net zo goed voor een eigen huis.
Waarom label D een tussenstation is
Een energielabel zegt iets over het energieverbruik van je huis vergeleken met andere huizen. Het zegt niet of je huis klaar is om zonder gas verwarmd te worden. Daarvoor bestaat een aparte meetlat, de standaard voor woningisolatie, die sinds augustus 2021 op het energielabel staat. Volgens de uitleg van RVO geeft die standaard aan wanneer een woning goed genoeg geïsoleerd is om aardgasvrij te worden, bijvoorbeeld met een warmtepomp of een laagtemperatuurwarmtenet. Hij houdt rekening met het bouwjaar. Huizen van voor 1945 hebben vaak geen spouwmuur, en daar is de standaard minder streng.
Een huis met label D kan aan die standaard voldoen, maar vaak is dat niet zo. Dan heb je een paar maatregelen genomen die het label opkrikken, en moet je later nog een keer terug om de rest te doen. Dat is precies wat Ooijman bij corporaties wil voorkomen. Wie stap voor stap werkt, belast bewoners elke keer opnieuw met steigers, stof en een week zonder keuken, en betaalt elke keer opnieuw de opstartkosten van een aannemer.
Waar de lat ligt per bouwdeel
Naast de standaard voor het hele huis heeft RVO streefwaarden per bouwdeel. Die zijn bedoeld voor wie niet alles tegelijk doet. Isoleer je een bouwdeel tot deze waarde, dan hoef je het later nooit meer aan te pakken, ook niet als je overstapt op een andere warmtebron. Je hoeft niet alle streefwaarden te halen om aan de standaard te voldoen, maar wie ze haalt zit er ruim boven.
| Bouwdeel | Streefwaarde | Ongeveer |
|---|---|---|
| Dak | Rc 8 m²K/W | 35 cm isolatie |
| Gevel | Rc 6 m²K/W | 26 cm isolatie |
| Vloer | Rc 3,5 m²K/W | 14 cm isolatie |
| Ramen en kozijnen | U 1,0 W/m²K | triple glas in nieuwe kozijnen |
| Voordeur en panelen | U 1,4 W/m²K | geïsoleerd |
| Ventilatie | gebalanceerd met warmteterugwinning, of met CO2-sturing | |
| Kierdichting | qv;10 = 0,4 dm³/s per m² | door een professional |
Een gevel van 26 centimeter isolatie krijg je in een bestaande spouw natuurlijk niet. Dat hoeft ook niet. De tabel is vooral nuttig op het moment dat je een bouwdeel toch al openmaakt.
De volgorde die het meeste oplevert
Ooijman noemt de natuurlijke vervangingsmomenten, en daar zit voor een huiseigenaar de sleutel. Je dak gaat eens in de zoveel decennia open, je kozijnen worden een keer vervangen, je vloer ligt open als er een nieuwe vloerverwarming of keuken komt. Dat zijn de momenten om in één keer naar de streefwaarde te gaan, want de extra centimeters isolatie kosten dan relatief weinig vergeleken met de steiger en de sloop die je toch al betaalt.
Dat geeft een logische volgorde. Eerst de schil, op de momenten dat die openligt. Dan de ventilatie, want een huis dat dicht is moet je zelf laten ademen. En pas daarna de installatie, omdat je dan weet hoeveel warmte je huis nog vraagt en je geen te zware warmtepomp koopt. Welke isolatieklus zich nu het snelst terugverdient, rekenden we eerder voor in welke isolatieklus zich terugverdient.
Een energieadviesrapport helpt om die volgorde voor jouw huis vast te leggen. Volgens RVO laat zo een rapport de huidige energieprestatie zien, de mogelijke maatregelen en de kosten, baten en terugverdientijden. Ik zou het laten maken voordat je aan de eerste grote klus begint, niet erna.
Kijk ook naar wat er al in je huis zit
Het punt van Vrijmoed verdient meer aandacht dan het krijgt. Verduurzamen draait in zijn ogen niet alleen om energie maar ook om het binnenmilieu, en hij pleit ervoor om een bestaande woning eerst goed te onderzoeken. In een oud huis kan van alles zitten wat je bij het openmaken tegenkomt. Wie isoleert in een woning van voor 1994, moet bijvoorbeeld rekening houden met asbest. Hoe je dat herkent, staat in asbest herkennen in huizen van voor 1994.
En kies je isolatiemateriaal niet alleen op de laagste prijs per Rc-waarde. Een huis dat luchtdicht wordt, houdt ook vast wat materialen afgeven. Goede ventilatie en een bewuste materiaalkeuze horen daarom bij elkaar, net als label en standaard.
