Bij een overkapping, een carport of een tuinkamer kom je altijd op hetzelfde punt uit. Er moet iets doorzichtigs in, en in het schap liggen twee families platen die op elkaar lijken en zich totaal anders gedragen. Kies je verkeerd, dan merk je dat niet bij het zagen maar twee winters later, als de plaat kromtrekt, blind is geworden of bij de eerste hagelbui scheurt.
Waar de twee materialen in verschillen
Polycarbonaat is de taaie van de twee. Bouwwereld zette de eigenschappen deze maand naast elkaar en noemt massief polycarbonaat tot 250 keer sterker dan glas van dezelfde dikte. Het materiaal blijft volgens diezelfde vergelijking bruikbaar tussen min veertig en plus honderdvijftien graden en kan tegen uv, olie en benzine. Je kunt het zagen, boren, frezen, lijmen en zelfs koud buigen. Wat je ervoor inlevert, is krasvastheid. Een polycarbonaatplaat die jaren in de tuin ligt, krijgt onvermijdelijk een waas, en polijsten helpt er nauwelijks tegen.
Plexiglas is de heldere. De merknaam is van Röhm, maar je komt hetzelfde materiaal ook tegen als acrylaat of Perspex. Het is 25 tot 30 keer sterker dan glas, dus fors minder slagvast dan polycarbonaat, en het laat meer licht door dan glas. Belangrijker voor de praktijk is dat het krasvaster is en zich netjes laat afwerken. Er zijn twee soorten. Geëxtrudeerd plexiglas, aangeduid met XT, heeft een constante dikte en is de voordeligste. Gegoten plexiglas, aangeduid met GS, laat zich beter frezen, buigen en polijsten en is de soort die je pakt als de rand zichtbaar blijft.
Welke plaat bij welke klus
De vuistregel die ik aanhoud, is simpel. Kan er iets tegenaan vliegen, dan polycarbonaat. Ga je ertegenaan kijken, dan plexiglas.
Een terrasoverkapping, een carport, een fietsenberging en een erfafscheiding vallen in de eerste groep. Daar komen takken op, hagel op en af en toe een voetbal tegenaan, en daar is de kraskwestie ondergeschikt aan de vraag of de plaat heel blijft. Hetzelfde geldt voor een dakkapel of een veranda op een plek met bomen eromheen. Polycarbonaat is bovendien licht, wat bij een groot dakvlak meteen scheelt in de onderconstructie en in hoeveel handen je nodig hebt om de plaat op zijn plek te krijgen.
In de tweede groep zitten voorzetramen, balkonbeglazing, de zijkanten van een tuinkamer en alles binnenshuis, zoals kastdeuren of een tussenwandje. Daar is de plaat geen beschermlaag maar een raam, en dan telt hoe hij er over vijf jaar uitziet. Voor een voorzetraam dat je wekelijks schoonmaakt, is de krasvastheid van plexiglas het doorslaggevende argument. Gaat het om een rand die in het zicht blijft, pak dan de gegoten variant, want daar kun je de zaagsnede tot een glasheldere kant polijsten.
De grijze zone zit bij de tuinkamer die aan het pad ligt waar de kinderen langs fietsen. Dan zou ik de lage vlakken in polycarbonaat doen en het bovenlicht in plexiglas, en niet proberen om één materiaal alles te laten oplossen. Dat is dezelfde afweging als bij kozijnen van hout, kunststof of aluminium, waar de juiste keuze ook per gevelvlak verschilt.
Wat je nodig hebt en waar je het haalt
Kunststofplaten koop je op maat of je zaagt ze zelf. Op maat bestellen is bijna altijd verstandiger, want een lange plaat recht en zonder uitbreken doorzagen is lastiger dan het klinkt. Bij Hornbach liggen de kanaalplaten en massieve platen in het schap bij de bouwmaterialen, en ook Gamma, Praxis en Karwei hebben een vaste voorraad in standaardmaten. Voor afwijkende maten en diktes ben je aangewezen op een kunststofleverancier, die meestal zaagt terwijl je wacht.
- Fijngetande zaag voor kunststof of een cirkelzaagblad met veel tanden en een negatieve spaanhoek
- Afplaktape om de zaaglijn, tegen uitbreken en krassen
- Boren met een stompe punt, of een gewone boor waarvan je de punt afvlakt
- Sluitringen met rubber en schroeven met een te ruim voorgeboord gat, zodat de plaat kan werken
- Aluminium tape en eindprofielen voor de kopse kanten van kanaalplaat
- Kit die geschikt is voor kunststof, dus geen zure siliconenkit
- Handschoenen en een stanleymes om de beschermfolie pas na montage te verwijderen
De twee fouten die ik het vaakst zie, staan allebei in dat lijstje verstopt. De eerste is te strak schroeven. Kunststof zet flink uit in de zon en heeft ruimte nodig, dus boor het gat een paar millimeter groter dan de schroef en draai niet vast tot de plaat bol staat. De tweede is de kopse kant van een kanaalplaat open laten. Daar loopt water en vuil in, en dan zitten er binnen een jaar groene strepen in de kanalen die er nooit meer uit gaan. Die kant hoort dicht met tape en een profiel, bovenkant dampdicht en onderkant met een tape die vocht laat ontsnappen.
Voor je bestelt
Kijk eerst naar de uv-laag. Polycarbonaat zonder uv-bescherming verbrost in een paar seizoenen, en bij platen met bescherming aan één kant zit er een sticker op die zegt welke kant naar buiten moet. Draai je die om, dan gooi je de garantie en de levensduur in één handeling weg.
Let daarna op de overspanning die de fabrikant opgeeft bij de dikte die je kiest, want die bepaalt de afstand tussen je gordingen. En tot slot, bewaar de platen plat en uit de zon tot je ze monteert. Een plaat die schuin tegen de schuur heeft gestaan, is bij het monteren niet meer recht te krijgen. Moet je op de bouwplaats toch zelf zagen, kijk dan even naar welke tanding bij welk materiaal hoort, want met een grof houtblad scheur je de rand van een acrylaatplaat in één haal open.
