Buitenschilderwerk heeft een korte deur die in september nog net openstaat. Het hout is na een droge zomer uitgehard en droog, de temperaturen liggen overdag nog ruim boven de tien graden, en de nachten zijn nog niet zo koud dat er dauw op je verse laklaag slaat. Wacht je tot november, dan is die deur dicht en kijk je een heel jaar tegen kozijnen aan waar de verf van afbladdert. En afbladderende verf is niet alleen lelijk: op de plek waar de laklaag openscheurt loopt regenwater het hout in, en daar begint houtrot.
Ik zie mensen deze klus vaak uitstellen omdat ze denken dat schilderen vooral netjes strijken is. Dat is het kleinste deel. Tachtig procent van het resultaat wordt bepaald door wat je vóór de eerste kwaststreek doet, en dat is precies het deel waar iedereen doorheen wil rennen.
Eerst kijken of het nog schilderwerk is
Loop met een schroevendraaier langs alle kozijnen en druk de punt zachtjes in het hout op de plekken waar water blijft staan: de onderdorpel, de hoeken van de onderregels, en de naad tussen kozijn en metselwerk. Zakt de punt zonder moeite een halve centimeter weg en komt er vezelig, sponzig hout mee, dan heb je houtrot. Kleine plekken tot ongeveer een euromunt breed en niet dieper dan een centimeter herstel je zelf met houtrotvuller of een tweecomponentenreparatiepasta. Is het dieper, zit het rondom, of voelt de hele onderdorpel zacht, dan is schilderen zinloos. Dan hoort er een stuk hout ingezet te worden, en dat is timmerwerk waarvoor je een timmerman of schildersbedrijf laat komen.
Kijk ook naar de bouwjaren. Is je huis van voor 1965 en zit er nog oude verf op, dan kan die verf lood bevatten. Loodhoudende verf mag je niet droog schuren, want dan verspreid je loodstof door de tuin en door het huis. Twijfel je, laat de verflagen dan testen of laat het schuurwerk over aan een schildersbedrijf dat met afzuiging en de juiste bescherming werkt. Dat is geen overdreven voorzichtigheid, dat is de reden dat professionals daar een aparte werkwijze voor hebben.
Wat je nodig hebt
- Verfkrabber en een driehoekschraper voor de losse lagen
- Schuurpapier korrel 80, 120 en 180, of een schuurmachine met stofafzuiging voor de vlakke delen
- Houtrotvuller of tweecomponenten reparatiepasta, plus een plamuurmes
- Ammoniak of een ontvetter en een emmer schoon water met een spons
- Grondverf op waterbasis of terpentinebasis, passend bij je aflak
- Buitenlak in de kleur die je wilt, reken op ongeveer een liter per tien tot twaalf vierkante meter per laag
- Een goede platte kwast van 40 tot 50 millimeter en een kleiner blokkwastje voor de hoeken
- Schilderstape en afdekfolie of oude lakens
- Buitenkit op basis van acryl voor de naad tussen kozijn en muur, plus een kitspuit
- Werkhandschoenen, een stofmasker en een veiligheidsbril
- Een stevige ladder, of een rolsteiger als je hoger dan de eerste verdieping moet zijn
Verf, kwasten en schuurpapier haal je bij de bouwmarkt, dus bij Gamma, Praxis, Karwei of Hornbach. Voor buitenlak loont een verfspeciaalzaak wel: daar krijg je merken met een hoger vaste stofgehalte die twee tot drie jaar langer meegaan, en ze mengen je bestaande kleur na op basis van een afgeschraapt vlokje. Reken bij de bouwmarkt op ongeveer 25 tot 45 euro per liter buitenlak in 2026, en bij een speciaalzaak op 40 tot 70 euro per liter. Een rolsteiger huur je bij de gereedschapsverhuur voor ruwweg 60 tot 110 euro per weekend.
Zo pak je het aan
- Kies je dag. Je hebt minimaal acht graden nodig, een relatieve luchtvochtigheid onder de vijfentachtig procent, en geen regen of nachtvorst in de vierentwintig uur erna. Begin niet voor negen uur ’s ochtends, want dan is de dauw er nog niet af, en stop rond een uur of vier zodat de laatste laag droog is voordat het afkoelt.
- Werk in de schaduw. Schilder de gevel die op dat moment niet in de volle zon staat. Verf die te snel droogt trekt niet in en gaat vellen. Begin dus ’s ochtends aan de westkant en ’s middags aan de oostkant.
- Verwijder alles wat los zit. Schraap met de driehoekschraper tot je op een randje komt dat echt vastzit. Blaas of borstel het losse materiaal weg en dek de grond af, zeker als je met oude verf werkt.
- Herstel het houtrot. Schraap de zachte vezels weg tot je gezond hout voelt, laat de plek volledig drogen, breng eventueel een houtverharder aan en vul daarna in twee dunne lagen. In één dikke laag krimpt de vuller en scheurt hij weer open.
- Schuur alles licht op. Korrel 120 over het hele oppervlak, korrel 80 alleen waar je overgangen glad moet krijgen. Het doel is niet kaal hout, het doel is een matte, ruwe laag waar de grondverf zich aan vasthoudt. Werk met de nerf mee. Welke machine hier handig is en waar je juist met de hand moet, staat in het overzicht van welke schuurmachine bij welke klus hoort.
- Ontvet en stof af. Neem alles af met een sopje van ammoniak of ontvetter, spoel na met schoon water en laat het minstens een uur drogen. Sla dit niet over: op vet en groene aanslag hecht geen enkele verf.
- Plak af en gronden. Tape het glas af, laat een millimeter verf over de kit op het glas lopen zodat er geen water tussen kruipt. Grond alle kale plekken en alle vulling. Laat drogen volgens de tijd op de bus, meestal vier tot zestien uur.
- Schuur licht tussen en breng de eerste laklaag aan. Korrel 180, licht, alleen om de opstaande vezels weg te halen. Stof af met een vochtige doek. Lak daarna in één richting, in banen van boven naar beneden, en strijk elke baan af terwijl de vorige nog nat is.
- Breng de tweede laklaag aan. Wacht de volledige overschilderbare tijd af, ook als de verf droog aanvoelt. Twee dunne lagen houden jaren langer stand dan één dikke, en dat verschil zie je pas terug in het derde jaar.
- Loop de kitnaden na. Snijd de losgescheurde kit tussen kozijn en metselwerk weg, maak de naad stofvrij en spuit er verse acrylkit in. Dit is de plek waar de meeste regen naar binnen komt en het is de goedkoopste vijf minuten van de hele klus.
Waar het misgaat
De fout die ik het vaakst tegenkom is schilderen op hout dat er droog uitziet maar het niet is. Hout dat na een regenbui twee zonnige dagen heeft gehad, is aan de buitenkant droog en zit vanbinnen nog vol vocht. Dat vocht wil eruit, en als er een verse laklaag overheen zit, duwt het die laag van binnenuit los in blaasjes. Wacht na een natte periode drie tot vier droge dagen, en meet het desnoods met een houtvochtmeter: onder de achttien procent is goed.
De tweede is te grote ambities op één dag. Vier kozijnen fatsoenlijk voorbehandelen kost een volledige dag, en dan is er nog geen lak aan te pas gekomen. Reken op een weekend voor de voorbereiding en twee losse dagen voor de lagen. Wie dat in één zaterdag probeert, schuurt te weinig en lakt te dik.
Kom je bij het werk aan het kozijn tot de conclusie dat het glas eigenlijk ook aan vervanging toe is, doe dat dan eerst. Een kozijn opnieuw stellen en beglazen na het schilderen betekent dat je de helft van je werk weer beschadigt. De afweging of dat loont staat in het stuk over dubbel glas vervangen door HR++ glas. En tocht die je na het schilderen nog steeds voelt, komt zelden door het hout maar bijna altijd door versleten rubbers of aanslagnaden, waar tochtstrips in een half uur meer doen dan een derde laklaag.
Tot slot de hoogte. Alles wat je vanaf een gewone ladder met beide voeten op een sport kunt bereiken, doe je zelf. Moet je op een dak stappen, over een dakkapel hangen of boven de eerste verdieping werken, huur dan een rolsteiger of laat het doen. Een schilder rekent daar in 2026 grofweg 45 tot 65 euro per uur voor, en dat is een lager bedrag dan de eigen risico van je zorgverzekering na een val van vier meter.
