Ronald Wenting van ingenieursbureau ABT is uitgeroepen tot Constructeur van het Jaar 2026, en hij gebruikt de titel om een ander gesprek over duurzaam bouwen te beginnen. Niet beton tegen hout, maar de vraag hoeveel materiaal een gebouw eigenlijk nodig heeft. Gebouwen zijn volgens hem in de loop der jaren steeds zwaarder geworden, vertelt hij in een interview met Bouwwereld. Zijn motto is kort. “We moeten terug naar slimme kilo’s.”
Wenting heeft het over ziekenhuizen, theaters en sporthallen. Maar wie een draagmuur wil laten weghalen of een aanbouw plant, krijgt met precies dezelfde vraag te maken, alleen kleiner. En bij een verbouwing let niemand anders erop dan jij.
Waarom constructies zwaarder worden dan nodig
De verklaring die Wenting geeft is economisch. Vroeger was materiaal duur en arbeid relatief goedkoop, dus werd elke kilo zorgvuldig benut. Inmiddels is dat omgedraaid. Arbeid is duur geworden en materiaal relatief goedkoop, en daardoor wint de standaardoplossing. Een zwaardere balk bestellen is sneller dan uitrekenen of een lichtere ook kan. Het gevolg is een gebouwde omgeving die volgens hem kampt met overgewicht, met constructies die bij lange na niet worden uitgenut.
Het onderscheid dat hij maakt tussen stomme en slimme kilo’s is helder. Een slimme kilo voegt iets toe aan wat de constructie moet kunnen. Een stomme kilo zit er omdat het makkelijk was. Slimmer bouwen kan daarbij best complexer zijn. In het interview noemt hij sporthallen in Zwolle waar zijn bureau koos voor houten vakwerkspanten in plaats van zware gelamineerde liggers. Meer verbindingen en meer werk, maar minder materiaal.
Hoe dat in je eigen verbouwing zit
De bekendste plek waar dit bij een gewoon huis speelt, is de stalen ligger die in de plaats van een draagmuur komt. Een constructeur rekent uit welke belasting erop komt en kiest daar een profiel bij, vaak een HEA- of HEB-profiel. Bij dezelfde nominale maat is een HEB een stuk zwaarder dan een HEA. Wat er in zo’n berekening precies staat, lees je in ons stuk over een draagmuur weghalen voor een open plattegrond.
Een te zware balk kost je meer dan alleen de kilo’s staal. Hij moet naar binnen en omhoog, wat bij een rijtjeshuis met een smalle gang al snel extra mankracht of een takel betekent. De opleggingen aan beide kanten moeten zwaarder, en soms moet er onder een kolom een poer of extra fundering bij. Een balk die hoger is dan nodig hangt verder onder het plafond, en dan moet je kiezen tussen een zichtbare balk of een verlaagd plafond. Elke onnodige kilo trekt zo een kleine rij kosten achter zich aan.
Bij een aanbouw werkt het op dezelfde manier, maar dan in de fundering. Hoe lichter de opbouw, hoe minder de fundering hoeft te dragen. Dat is een van de redenen waarom een lichte bouwmethode als staalframebouw voor een aanbouw of opbouw soms interessant is, vooral op een bestaande fundering die niet veel extra aankan.
De vragen die je je constructeur stelt
Je hoeft geen constructeur te zijn om het gesprek over slimme kilo’s te voeren. Een paar vragen helpen al.
- Hoe ver wordt de ligger benut? In een constructieberekening staat per onderdeel een zogeheten unity check, de verhouding tussen wat een onderdeel moet dragen en wat het kan dragen. Een waarde ver onder de 1 betekent dat er capaciteit over is. Vraag waarom.
- Is sterkte of doorbuiging maatgevend? In woningen bepaalt vaak niet de sterkte de maat van een balk, maar hoeveel hij mag doorbuigen, omdat een vloer anders verend aanvoelt of het stucwerk scheurt. Dan is een lage benutting op sterkte terecht. Het antwoord zegt je of er nog ruimte zit.
- Moet de opening zo breed? Een kolom of een stukje muur laten staan maakt de overspanning korter, en een kortere overspanning vraagt een veel lichtere balk.
- Kan het in een ander materiaal? Bij kleinere overspanningen is een ligger van gelamineerd hout soms een optie. Of dat zo is, hangt af van de belasting en de beschikbare hoogte.
- Welke belastingen zijn aangenomen? Hoe vollediger je tekeningen, foto’s en archiefstukken aanlevert, hoe minder de constructeur hoeft aan te nemen. En wie moet aannemen, rekent veilig, dus zwaar.
Waar het ophoudt
Eerlijk is eerlijk, Wentings eigen argument werkt ook de andere kant op. Als arbeid duur is, kost een constructeur die een uur extra besteedt aan het verfijnen van één stalen balk ook geld. Bij een enkele ligger in een rijtjeshuis kan dat uur meer kosten dan het staal dat je ermee bespaart. De winst zit vooral in de grotere ingrepen, zoals een aanbouw, een opbouw of een verbouwing waarbij meerdere muren verdwijnen. Daar loont het om aan het begin te vragen of de constructeur de variant met het minste materiaal wil uitwerken.
Voor de milieukant controleert bovendien niemand je. De milieuprestatie-eis uit de bouwregels geldt voor nieuwbouw en niet voor een verbouwing van een bestaand huis. Of je aanbouw slank of zwaar wordt neergezet, is dus jouw keuze. Wij vinden dat juist een reden om de vraag te stellen. Een constructeur die het gewend is om het zekere voor het onzekere te nemen, kiest pas voor slimme kilo’s als de opdrachtgever erom vraagt.
