Het Belgische familiebedrijf DUPAC maakt houtskeletbouw op maat en verlijmde houten elementen waarmee grote overspanningen mogelijk zijn die met traditionele houtconstructies niet haalbaar waren. Bouwwereld beschreef het bedrijf op 6 november, en noemt Nederland een belangrijke afzetmarkt. Het gaat vooral om scholen, sporthallen en andere grote gebouwen. De techniek erachter, verlijmde ribbenelementen van gelaagd fineerhout, is niet alleen voor grote gebouwen bedoeld. Wat kan zo’n element als je een aanbouw plant?
Wat een verlijmd ribbenelement is
DUPAC werkt met Kerto-Ripa, een systeem van de Finse fabrikant Metsä Wood. Volgens de productinformatie van Metsä bestaat zo’n element uit ribben van gelaagd fineerhout, LVL, met daarop of daaronder een plaat van hetzelfde materiaal. De onderdelen worden in de fabriek verlijmd. Omdat lijm en plaat samen meedragen, werkt het element als één geheel en heb je minder hout nodig dan bij losse balken met een plaat erop geschroefd.
De cijfers die Metsä noemt, zijn fors. Vloerelementen overspannen tot 10 meter en zijn het voordeligst tussen zes en negen meter. Voor daken noemt het bedrijf overspanningen tot 24 meter. Volgens Metsä kun je tot 70 procent hout besparen ten opzichte van massief houten oplossingen, en wordt de vloer minder dik.
Voor een aanbouw is de overspanning niet het punt
Daar zit meteen de nuance. Een aanbouw aan de achterkant van een rijtjeshuis is meestal een paar meter diep. Die afstand overbrug je al decennia met gewone houten balken of een geïsoleerd dakelement, zonder dat er een balk tussen hoeft. Je hebt geen element nodig dat twintig meter kan om drie of vier meter te overspannen. Wie in een offerte leest dat het dak van zijn aanbouw met een hightech ribbenelement wordt gemaakt, koopt dus geen overspanning die hij anders niet had gekregen.
Wat wel telt, is wat er in de fabriek gebeurt. Metsä schrijft dat zulke elementen al in de fabriek geïsoleerd kunnen worden, en dat er ruimte is voor ventilatie en elektra, met openingen tot 70 procent van de hoogte van de ribben. Voor een aanbouw betekent dat een dak dat in een dag dicht kan, met de isolatie er al in en sparingen voor de afzuigkap of een ventilatiekanaal op de juiste plek. Dat scheelt werk op de bouwplaats en dagen waarin je huis open ligt.
Het werkt ook andersom. Wat in de fabriek wordt vastgelegd, verander je op de bouwplaats niet meer. Wil je de spots of het lichtpunt boven het kookeiland ergens anders, dan moet je dat weten voordat het element wordt gemaakt. Wij zien dat als het grootste verschil met traditioneel bouwen, en het betekent dat je de indeling van je aanbouw eerder vast moet hebben.
Waar staal vaak blijft
De vraag die bij een aanbouw echt speelt, is niet het dak maar de opening in de achtergevel. Haal je de achtergevel weg om de aanbouw bij de woonkamer te trekken, dan draagt die gevel de verdieping en het dak erboven. Daar komt een ligger, en in de praktijk is dat vaak een stalen profiel. Hoe dat rekenwerk gaat en waarom je er een vergunning voor nodig hebt, staat in ons stuk over een draagmuur verwijderen voor een open plattegrond.
Een houten ligger kan daar soms ook, maar dat is een afweging die je constructeur maakt op basis van de belasting en de hoogte die je over hebt. Hout dat dezelfde last draagt, is vaak hoger dan staal, en boven een pui heb je die hoogte niet altijd. Het is een goede vraag om te stellen, net als de vraag of de constructie lichter kan dan de standaardoplossing. Daarover schreven we eerder in ons stuk over minder staal en beton in je verbouwing.
Bouw je de hele aanbouw in hout, dan komt de vraag op hoe je hem afwerkt. Steenstrips op een houtskeletbouw-aanbouw zijn daarvoor een mogelijkheid, gelijmd of mechanisch bevestigd. Wat daarbij het verschil maakt, lees je in ons stuk over steenstrips op houtskeletbouw.
Wanneer het wel interessant wordt
De grote overspanningen gaan pas tellen als je groter denkt dan een standaardaanbouw. Een vrijstaande schuur of werkplaats zonder kolommen in het midden, een brede aanbouw over de volle breedte van een twee-onder-een-kap, of een verdieping erop waar het gewicht op de bestaande muren en fundering een rol speelt. Daar maakt een licht element met weinig materiaal wel verschil. Laat je in die gevallen een houtbouwer meedenken, en vraag hem welke overspanning hij zonder tussensteun haalt en wat de vloer- of dakdikte dan wordt. Dat zijn de twee getallen die bepalen of het voor jouw plan iets oplevert.
