Het woningdebat gaat bijna altijd over aantallen. Honderdduizend woningen per jaar, een miljoen voor 2030. Architect Beatriz Ramo kijkt er in een opiniestuk in Bouwwereld van 5 november anders naar. Volgens haar is de woningcrisis ook een ontwerpcrisis. Er is genoeg woonoppervlak, maar het zit opgesloten in huizen die te groot zijn voor wie er woont, of te star om mee te veranderen. In Nederland woont volgens haar meer dan de helft van de bevolking in een woning die als te groot voor het huishouden geldt.
Ramo schrijft voor ontwerpers en beleidsmakers, en haar zes strategieën gaan over nieuwbouw. Haar bureau STAR schat dat ze samen de behoefte aan nieuwe woningen met ongeveer 40 procent kunnen verminderen. Dat is een eigen schatting van een architect met een pleidooi, dus lees het als richting. Interessanter voor wie zelf een huis heeft, is de vraag welke van die ideeën ook werken in een bestaande woning. Een flink deel blijkt dat te doen, mits je het meeneemt op het moment dat je toch al aan het verbouwen bent.
De zes ideeën kort
Ramo’s strategieën komen neer op plattegronden die meebewegen met het huishouden:
- een woning met twee slaapkamers die zo is ingedeeld dat er comfortabel twee huishoudens in passen, bijvoorbeeld ouder en volwassen kind;
- een groter huis dat vanaf het begin splitsbaar is, zodat een deel later een kleine zelfstandige woning kan worden;
- een extra kamer die je zonder verhuizen kunt maken, door een balkon dicht te zetten, een woonkamer op te delen of de keuken te verplaatsen;
- gedeeld wonen met eigen slaapkamer en badkamer per bewoner en een gedeelde keuken en woonkamer;
- een woning met een compacte extra ruimte aan de woonkamer, voor wie net iets meer nodig heeft dan een slaapkamer;
- kleine woningen die zo slim zijn ontworpen dat ze met minder vloeroppervlak toe kunnen.
De laatste twee zijn echt nieuwbouwideeën. Een bestaand huis maak je niet compacter, en gedeeld wonen met zes bewoners is in een eengezinswoning eerder een ander leven dan een verbouwing. De eerste drie liggen veel dichter bij huis.
Twee huishoudens onder één dak
Ramo beschrijft precies wat een driekamerwoning geschikt maakt voor twee huishoudens. Slaapkamers die niet aan elkaar grenzen en elkaar niet inkijken. Eén slaapkamer dicht bij de voordeur, voorbereid op een kleine kitchenette. En twee compacte badkamers in plaats van één grote.
Vertaal dat naar een rijtjeshuis of twee-onder-een-kap en je ziet waar het bij een verbouwing om draait. De kamer bij de entree is in veel huizen de voorkamer of een kamer op de begane grond die nu als werkkamer dient. Wil je die ooit geschikt maken voor een kind dat terugkomt of een ouder die bij je intrekt, dan zit de echte drempel niet in de muren maar in de leidingen. Een afvoer en een wateraansluiting voor een kitchenette of een kleine badkamer leg je makkelijk mee als de vloer toch openligt. Achteraf betekent het hakken in een afgewerkte vloer of een nieuwe afvoer door de hele woning.
Wij vinden dit het sterkste deel van Ramo’s verhaal. Het kost weinig om een aansluiting af te doppen en in de vloer te laten zitten, en het houdt een keuze open die anders voor tien jaar dicht zit.
Een kamer erbij zonder te verhuizen
Het derde idee gaat over de extra kamer. Ramo noemt een woonkamer die in de lengte langs de gevel ligt, met ten minste twee ramen, twee radiatoren, twee lichtpunten en diverse stopcontacten. Daardoor kun je er later een deel afscheiden dat een volwaardige kamer is, met daglicht en verwarming. Ook een aparte keuken die je naar de woonkamer verplaatst, maakt een kamer vrij.
In een bestaand huis ligt de woonkamer waar hij ligt. Maar ga je de woonkamer opknappen of de verwarming vervangen, dan bepaal je wel waar de radiatoren, de lichtpunten en de stopcontacten komen. Plaats je ze zo dat een scheidingswand er later tussen kan, dan heb je de helft van het werk al gedaan. Haal je een muur weg om een grote open ruimte te maken, bedenk dan of je die ruimte ooit weer wilt opdelen. Dan is het slim om het licht en de verwarming daar alvast op in te richten.
Een eigen buitendeur is het andere punt. Een tweede ingang of een deur die je kunt afsluiten tussen twee delen van het huis, bepaalt of een bewoner zelfstandig kan leven of steeds door jouw woonkamer moet.
Waar ontwerp ophoudt en regels beginnen
Het splitsbare huis is Ramo’s tweede strategie, en daar komt meer bij kijken dan een slimme plattegrond. Zodra een deel van je huis een zelfstandige woning wordt, krijg je te maken met het omgevingsplan, soms een vergunning voor splitsen en de bouwregels voor brandveiligheid, geluid en eigen installaties. Hoe die lagen werken, staat in ons stuk over een woning splitsen of optoppen. Gaat het om een aparte woning in de tuin voor een ouder of kind, lees dan wat er vanaf 2027 verandert voor een mantelzorg- of familiewoning.
De voorbereiding die we hierboven beschrijven, valt daar grotendeels buiten. Een afgedopte afvoer, een extra radiator of een lichtpunt op een andere plek maakt van je huis nog geen twee woningen. Het zorgt er alleen voor dat je die stap later kunt zetten zonder opnieuw te breken. Dat is het nuchtere deel van Ramo’s pleidooi dat in elke verbouwing past: niet groter bouwen, maar zo bouwen dat het huis kan veranderen als jouw huishouden dat doet.
