Op veel balken en planken staat ergens bij het uiteinde een blok inkt. De meeste klussers kijken eroverheen en kiezen hout op prijs en op het oog. Toch vertelt die stempel meer dan het prijskaartje, schreef het Amerikaanse klusblad Family Handyman op 6 oktober. Het stuk gaat over de Amerikaanse stempels, die er anders uitzien dan wat je in een Nederlandse houthandel tegenkomt. Het idee is hetzelfde. De stempel zegt of een balk een vloer mag dragen, hoe droog hij was toen hij werd gesorteerd en wie daarvoor instaat. Zo lees je de Europese variant.
Wat het Amerikaanse verhaal laat zien
Family Handyman sprak onder anderen met een houtkeurder van de Western Wood Products Association, die bijna dertig jaar hout sorteert. Hij zag een koper vijf goede planken afwijzen om een rafelige rand en daarna vijf vervangers uitzoeken die allemaal onder de maat waren. Het oog kiest dus vaak verkeerd. Een kale rand, waar de schors heeft gezeten, is volgens hem vooral een schoonheidsfout. Een grote kwast aan de rand van een balk kost veel meer sterkte, omdat juist de randen het zwaarst belast worden als een balk doorbuigt.
De Amerikaanse stempel noemt de zagerij, het keuringsbureau, de kwaliteitsklasse, de houtsoort en hoe nat het hout was bij het schaven. Daarnaast staat er soms HT, voor hout dat met hitte is behandeld tegen insecten. Dat laatste zie je in Nederland vooral op pallets en kratten.
De Europese stempel lezen
Hout dat in Europa wordt verkocht voor dragende toepassingen, zoals balken, gordingen en stijlen, valt onder de norm EN 14081. Het moet een CE-markering hebben. Een Belgische brochure van Hout Info Bois zet op een rij wat er dan in de markering staat.
- Een nummer van de keuringsinstantie. Dat is de onafhankelijke partij die toezicht houdt op het sorteren.
- De producent. Naam of certificaatnummer van de zagerij of het sorteerbedrijf.
- Het jaartal. De laatste twee cijfers van het jaar waarin de markering is aangebracht.
- De sterkteklasse. Bij naaldhout een C met een getal, bij loofhout een D. Bij visueel gesorteerd hout staat de sorteernorm erbij, bij machinaal gesorteerd hout de letter M.
- Droog gesorteerd. Soms staat er “droog gesorteerd” of “dry graded”. Dat mag alleen als het hout na het drogen is gesorteerd, met een gemiddeld vochtgehalte van hooguit 20 procent en geen enkel stuk boven de 24 procent.
- Een code. Die koppelt het hout aan de papieren die bij de levering horen. Daarop staat ook de houtsoort, met een code als PCAB voor vuren en PSMN voor douglas.
Belangrijk om te weten. Machinaal gesorteerd hout krijgt de markering op elk stuk. Visueel gesorteerd hout mag per pak gemarkeerd worden, met een etiket op de bundel. Koop je losse balken uit zo’n pak, dan staat er op de balk zelf dus niet altijd iets. Vraag de houthandel dan naar de leverbon of het etiket.
C18 of C24, wat heb je nodig
Het getal achter de C is de karakteristieke buigsterkte. Volgens Centrum Hout rekenen constructeurs in Nederland met de sterkteklassen uit de Europese norm EN 338, en zijn er twaalf klassen voor naaldhout. In de praktijk kom je bij vuren en grenen vooral C18 en C24 tegen, waarbij C24 de sterkere is.
Wat je moet kopen, staat in je tekening of constructieberekening. Daar staat niet alleen de maat van een balk, maar ook de sterkteklasse. Een balk van dezelfde maat in een lagere klasse mag minder ver overspannen. Mijn advies is simpel. Staat er C24 in de berekening, koop dan C24, ook als de C18 ernaast goedkoper lijkt. Wie een draagmuur weghaalt of een vloer verstevigt, laat dat sowieso eerst uitrekenen, zoals we uitlegden bij een draagmuur verwijderen.
Voor niet-dragend werk, zoals een regelwerk voor een voorzetwand, een plint of een kastje, heb je geen sterkteklasse nodig. Veel geschaafde latten in de bouwmarkt zijn juist voor dat soort timmerwerk bedoeld en hebben daarom geen stempel. Dat is prima, zolang je ze niet gebruikt voor iets wat moet dragen.
Zagen en schaven verandert de klasse
Dit vond ik zelf het verrassendste. Een balk in de lengte afzagen mag, de sortering blijft geldig. Zaag je een balk in de dikte doormidden, dan vervalt de sterkteklasse en zou hij opnieuw gesorteerd moeten worden. Ook schaven kan maar beperkt. De Belgische brochure noemt een maximum van 5 millimeter bij maten tot 100 millimeter en 10 millimeter bij grotere maten. Family Handyman schrijft hetzelfde voor de Amerikaanse regels. Een dragende balk zaag je dus nooit smaller om hem passend te maken. Koop de goede maat.
Vocht, kromming en waar je verder op let
Hout krimpt als het droogt, vooral in de breedte en dikte. Volgens Family Handyman zie je de gevolgen bij te nat verwerkt hout terug als scheuren in stucwerk, losse schroeven in gipsplaat en piepende vloeren. Gebruik binnen dus gedroogd hout, en laat het eerst een tijd acclimatiseren in de ruimte waar het komt, plat gestapeld met latjes ertussen.
Een stempel zegt niets over kromtrekken. Kijk elke balk langs de lengte na, op de zijkant en op de platte kant, en leg kromme stukken apart. Kies tussen twee balken van dezelfde klasse de balk waarbij de kwasten in het midden zitten en niet aan de rand.
Zie je naast de sterkteklasse ook een FSC- of PEFC-logo, dan gaat dat over de herkomst, niet over de sterkte. Hoe je die logo’s controleert, lees je in ons stuk over legaal hardhout.
Waar je gesorteerd hout koopt
Constructiehout met een sterkteklasse koop je bij een houthandel of bouwmaterialenhandel. Grote bouwmarkten als Gamma, Praxis en Hornbach verkopen ook constructiehout, soms met de klasse op het bordje in het schap. Kijk dan wel of die klasse ook op het hout of op het etiket van het pak staat, en niet alleen op het bordje. Twijfel je, vraag dan om de leverbon. Een serieuze houthandel heeft die gewoon.
