Laminaat leggen kun je prima zelf, ook als je nog nooit een klus hebt geklaard. Het is een van de dankbaarste klussen die er zijn: je ziet meteen resultaat, je hebt weinig duur gereedschap nodig en met wat geduld leg je een strakke vloer waar je jaren plezier van hebt. De kern zit in de voorbereiding. Een vlakke, droge ondergrond, de juiste ondervloer en genoeg uitzetruimte langs de wanden bepalen of je vloer mooi blijft liggen of na een half jaar gaat kraken en bollen. In deze gids neem ik je nuchter mee door het hele traject, van acclimatiseren tot de laatste plank, zodat je met vertrouwen aan de slag gaat.
Wat je moet weten voordat je begint
Laminaat is een zwevende vloer. Dat betekent dat je de planken niet vastlijmt of vastschroeft aan de ondergrond, maar dat ze los op een ondervloer liggen en met een kliksysteem in elkaar vallen. Doordat de vloer zweeft, moet hij kunnen werken: uitzetten als het warm en vochtig is, krimpen als het droog is. Precies daarom laat je overal ruimte vrij, iets waar ik zo op terugkom.
Laat het laminaat eerst wennen. Leg de ongeopende pakken minstens 48 uur plat in de ruimte waar je gaat leggen, zodat het materiaal op temperatuur en vochtigheid komt. Sla je die stap over, dan kan de vloer na het leggen alsnog gaan werken en ontstaan er kieren of bolling. Hoeveel laminaat precies uitzet lees je in mijn stuk over hoeveel laminaat uitzet per strekkende meter.
De ondergrond en de ondervloer
De basis moet vlak, droog en schoon zijn. Controleer met een lange rei of waterpas of je vloer geen bobbels of holtes heeft van meer dan een paar millimeter. Is dat wel zo, egaliseer dan eerst. Op een oude tegel- of betonvloer leg je vaak een vochtwerende folie, en een dekvloer van beton moet echt droog zijn voordat je verdergaat.
Bezuinig niet op je ondervloer, dat is mijn stellige advies na heel wat klussen. Let bij de keuze op vier dingen: vochtdichtheid, egaliserend vermogen, warmte-isolatie en geluidsdemping. Een goede ondervloer vangt kleine oneffenheden op, houdt vocht tegen en zorgt dat je niet bij elke stap een holle tik hoort. Heb je vloerverwarming, kies dan een ondervloer met een lage isolatiewaarde die de warmte doorlaat. Denk bij dit alles ook aan de lange termijn: volgens Milieu Centraal ontstaat de laagste milieubelasting als je een vloer op de juiste plek kiest en hem niet voortijdig hoeft te vervangen. Goed leggen is dus ook duurzaam leggen.

De legrichting en de uitzetruimte
De richting waarin je legt bepaalt hoe rustig je vloer oogt. De basisregel: leg de planken in de richting van de grootste lichtbron, meestal het raam. Zo vallen de naden minder op en versterk je de natuurlijke uitstraling van het hout. In een lange gang leg je juist vaak in de lengte, omdat dat de ruimte optisch strekt.
De uitzetruimte is waar de meeste beginners de fout in gaan. Houd rondom, dus langs alle wanden en obstakels, zo’n 8 tot 10 millimeter vrij. Die ruimte verstop je later netjes onder de plinten. Vergeet je dit, dan heeft de vloer geen kant op als hij uitzet en gaat hij bollen. Bij grote ruimtes, lange doorlopende vloeren of overgangen naar een andere kamer plaats je een overgangs- of dilatatieprofiel, zodat de vloer overal vrij kan blijven werken.
Benodigdheden op een rij
Voordat je begint, leg je alles klaar. Het meeste vind je bij elke bouwmarkt, zoals GAMMA, Praxis of Karwei, en een compleet leggereedschapsset kost weinig.
- Laminaat (reken 5 tot 10 procent extra voor zaagverlies) en een passende ondervloer
- Afstandsblokjes of wiggen voor de uitzetruimte
- Een trektang, aandrukblok en slagblokje uit een leggereedschapsset
- Een handzaag of decoupeerzaag, potlood, duimstok en een winkelhaak
- Eventueel vochtwerende folie, en plinten plus een kitpistool voor de afwerking
Zo leg je laminaat stap voor stap
Ligt alles klaar en is je ondergrond in orde? Dan werk je in deze volgorde naar een strak resultaat toe.
- Rol de ondervloer uit en leg eventueel eerst de vochtwerende folie, met de naden overlappend en dichtgetaped.
- Bepaal je legrichting en begin in de hoek die het verst van de deur ligt, met de eerste rij tegen de lange wand.
- Plaats afstandsblokjes tussen de planken en de muur, zodat je overal 8 tot 10 millimeter uitzetruimte houdt.
- Klik de planken van de eerste rij aan de korte kant in elkaar en zaag de laatste plank op maat; gebruik dat reststuk als start van de volgende rij, zodat de naden verspringen.
- Werk rij voor rij verder en tik de planken met het slagblokje mooi strak aan, nooit direct met de hamer op het laminaat.
- Zaag rond deurposten en buizen netjes uit met de decoupeerzaag en gebruik de trektang voor de laatste plank tegen de wand.
- Verwijder als alles ligt de afstandsblokjes en monteer de plinten, die je aan de muur bevestigt en niet aan de vloer.
Veelgemaakte fouten voorkomen
De klassiekers ken ik inmiddels uit mijn hoofd. Geen of te weinig uitzetruimte, een ondergrond die niet vlak is, het laminaat niet laten acclimatiseren en de naden niet laten verspringen. Dat laatste is niet alleen lelijk maar ook zwak: als alle korte naden op één lijn liggen, wordt je vloer minder stevig. Houd minstens 30 centimeter verspringing aan tussen de rijen. Werk je secuur en neem je de tijd voor de voorbereiding, dan voorkom je bijna al deze problemen. Wil je daarna nog meer afwerken, kijk dan eens naar mijn tips voor strakke lijnen bij het verven of de juiste boormachine voor beginners.
Tot slot
Laminaat leggen is geen hogere wiskunde, maar een klus die staat of valt met je voorbereiding. Laat het materiaal wennen, zorg voor een vlakke droge ondergrond, kies een goede ondervloer en houd overal je uitzetruimte aan. Doe je dat, dan leg je in een weekend een vloer die er strak uitziet en jaren meegaat. Neem de tijd, werk rustig van hoek naar hoek, en geniet straks van een vloer die je helemaal zelf hebt gelegd.
