De keuze voor een kozijnmateriaal valt zelden op een rustig moment. Meestal staat er iemand met een schroevendraaier in een onderdorpel te prikken en zakt die schroevendraaier er zo in. Dan is de vraag niet meer of het kozijn vervangen moet worden, maar waarin. En dat is een keuze voor dertig tot vijftig jaar, terwijl je hem vaak binnen twee weken maakt.
Er wordt in dat gesprek veel onzin verkocht, van beide kanten. Kunststof is niet automatisch onderhoudsvrij en hout is niet automatisch een last. Wat de keuze echt bepaalt is iets anders: hoe je gevel eruitziet, hoe lang je er nog woont, en of je het erg vindt om over vijftien jaar een schilder te bellen.
De vier materialen naast elkaar
| Hout | Kunststof | Aluminium | Hout met aluminium buitenschil | |
|---|---|---|---|---|
| Levensduur bij normaal gebruik | 50 tot 80 jaar, mits geschilderd | 35 tot 50 jaar | 50 jaar of meer | 60 jaar of meer |
| Onderhoud | Schilderen elke 6 tot 8 jaar aan de zuidkant, 8 tot 12 aan de noordkant | Schoonmaken, scharnieren smeren, rubbers vervangen | Schoonmaken, poedercoating bijwerken bij beschadiging | Buiten schoonmaken, binnen lakken als de laag versleten is |
| Isolatiewaarde van het profiel | Goed van nature | Goed tot zeer goed, afhankelijk van het aantal kamers | Alleen goed met thermische onderbreking | Zeer goed |
| Herstelbaar bij schade | Ja, plaatselijk uithakken en aanhelen | Nauwelijks, meestal vervangen | Deels, coating bijwerken | Ja aan de binnenzijde |
| Slanke profielen mogelijk | Redelijk | Nee, kunststof heeft dikte nodig | Ja, het slankst van allemaal | Ja |
| Richtprijs per kozijn met glas, geplaatst, 2026 | 1.100 tot 2.000 euro | 750 tot 1.400 euro | 1.400 tot 2.600 euro | 1.800 tot 3.200 euro |
| Past bij | Vooroorlogse gevels, monumenten, beschermd stadsgezicht | Naoorlogse rijtjeshuizen, achtergevels, budget | Grote glasvlakken, moderne aanbouw, schuifpuien | Wie hout wil zien maar niet wil schilderen |
Die prijzen zijn richtprijzen voor 2026 en gaan uit van een standaard draaikiepraam in een bestaande sparing, inclusief HR++ glas, plaatsing en afwerking van de aansluiting. Een erker, een schuifpui of een kozijn met roeden zit daar ver boven. Vraag altijd drie offertes op en laat ze specificeren per kozijn, niet als één bedrag voor de hele gevel.
Hout: het materiaal dat je kunt repareren
Hout heeft één eigenschap die de andere drie niet hebben: je kunt het lokaal herstellen. Een onderdorpel die op twee plekken rot is, laat je uithakken en aanhelen met een epoxyreparatie of een ingezet stuk hout. Dat kost een paar honderd euro per kozijn in 2026, tegenover meer dan duizend voor vervanging. Bij kunststof bestaat die tussenweg niet: daar is het profiel kapot of heel.
Het onderhoud is echt en je moet het niet wegwuiven. Wel is de frequentie waar de meeste mensen mee rekenen te hoog. Een goed opgezet verfsysteem op de noordgevel houdt het tien jaar vol. De zuid- en westkant krijgen de zon en de slagregen en zijn na zes tot acht jaar toe aan een onderhoudsbeurt. Dat is geen volledige schilderbeurt maar schuren en aflakken, en dat kun je zelf doen als je op een steiger durft te staan. Kwaliteitsverf koop je bij de verfgroothandel in plaats van in de bouwmarkt, want daar krijg je systeemadvies en de juiste primer voor kopse kanten.
Vraag bij nieuwe houten kozijnen naar meranti of naar gemodificeerd hout zoals accoya. Vuren in de buitengevel is goedkoop en gaat kort mee. En let op de detaillering: de meeste rotplekken beginnen op een kopse kant of onder een slecht afgeschuinde onderdorpel, niet in het midden van een stijl.
Kunststof: goedkoop, netjes en niet te repareren
Kunststof kozijnen zijn de afgelopen twintig jaar sterk verbeterd. Het profiel heeft meerdere luchtkamers, het beslag is degelijk en de kierdichting werkt. In een naoorlogs rijtjeshuis met een strakke gevel valt het niet op en scheelt het duizenden euro’s over de hele woning.
Twee dingen worden zelden verteld. Ten eerste is de term onderhoudsvrij verkooptaal. Kunststof hoeft niet geschilderd, maar de rubbers verharden, het beslag moet gesmeerd, en de ontwateringsgaatjes onderin de sponning slibben dicht. Doe je dat niet, dan staat er water in het profiel en gaan de scharnieren stuk. Ten tweede is een kras of een verbrand plekje van een slijptol permanent. Er bestaat reparatiewas voor, maar dat is een pleister.
De grootste misser is kunststof in een vooroorlogse gevel. In een jaren-30-huis met een gemetselde strek boven het raam en een houten roedeverdeling verandert een vlak wit kunststof kozijn het hele gezicht van de voorgevel. Ik zie het vaak in straten waar één huis het deed en de rest volgde, en het is precies dat huis dat er later moeilijker uit komt bij de verkoop. Zit je in een beschermd stadsgezicht, dan is het bovendien vaak niet toegestaan.
Aluminium: voor grote vlakken en slanke lijnen
Aluminium hoort thuis waar het glas het werk doet. Een schuifpui van drie meter, een aanbouw met een glaswand, een hoekraam: daar heb je een profiel nodig dat het gewicht draagt zonder dat je een balk in beeld krijgt. Aluminium doet dat het beste van de vier.
Waar je op moet letten is de thermische onderbreking. Aluminium geleidt warmte uitstekend, wat in een gevel precies verkeerd is. In een goed profiel zit een kunststof strip die de binnen- en buitenschil scheidt. Zonder die onderbreking krijg je condens op het profiel en een koudebrug die je aan je energierekening merkt. Vraag dus altijd naar de Uf-waarde van het profiel en niet alleen naar de U-waarde van het glas.
De poedercoating gaat lang mee, maar bij een beschadiging tot op het aluminium moet je die bijwerken, anders gaat de laag er in vlokken vanaf. Dat gebeurt vaker bij een aanbouw waar nog aan gewerkt wordt dan bij een afgebouwd huis.
De combinatie: hout binnen, aluminium buiten
Het duurste van het rijtje en, als het budget het toelaat, in veel gevallen ook het verstandigste. Buiten een aluminium schil die de regen en de zon opvangt, binnen hout dat je ziet en voelt. Je schildert niets meer aan de buitenkant en je houdt binnen een houten vensterbank en een houten profiel.
Het rekent zich terug als je lang blijft wonen. Reken op een meerprijs van 600 tot 1.000 euro per kozijn ten opzichte van hout in 2026, en op ongeveer 250 tot 450 euro aan uitgespaard buitenschilderwerk per kozijn per onderhoudsronde. Bij twee tot drie rondes in dertig jaar zit je ongeveer quitte, met minder gedoe. Blijf je nog vijf jaar, dan is het weggegooid geld.
Voordat je iets bestelt
Een paar dingen bepalen de uitkomst meer dan het materiaal.
Meet niet zelf. Laat de leverancier inmeten en laat dat op de offerte zetten. Een kozijn dat drie millimeter te breed is, is een dag oponthoud en een discussie over wie dat betaalt.
Vraag wat er boven het kozijn zit. In vooroorlogse gevels ligt daar soms een gemetselde strek of een stalen latei die zijn werk niet meer doet. Wordt het kozijn eruit gehaald, dan hangt het metselwerk erboven aan niets. Dit is geen doe-het-zelfmoment: een constructeur of een aannemer met ervaring in oude gevels hoort te bepalen of er gestempeld moet worden en of de latei vervangen moet.
Regel het glas apart in je hoofd. Het profiel en de beglazing zijn twee beslissingen. Ga je toch al kozijnen vervangen, dan is dat het natuurlijke moment om ook van dubbel glas naar HR++ te gaan, of naar triple als de rest van de schil al goed is. Triple in een verder ongeïsoleerd huis is zonde: dan verlies je de warmte gewoon elders.
Check de vergunning. Aan de achterkant mag meestal veel, aan de voorkant zelden alles. Verandert het aanzicht, of staat het pand in een beschermd stadsgezicht, dan is er een omgevingsvergunning nodig en kijkt de welstandscommissie mee. Wat er in jouw gemeente geldt staat in het omgevingsloket, en er zijn meer verbouwingen waarbij dat speelt dan mensen denken.
Eerst de vraag of het wel moet
Voordat er een materiaal gekozen wordt, hoort er iemand met een priem langs alle kozijnen te gaan. Niet met een schroevendraaier, want daarmee prik je zo door een gezonde verflaag heen, maar met een dunne priem die je met een vaste druk in het hout duwt. Zakt hij er meer dan een paar millimeter in, dan is het hout daar zacht. Gaat het over de onderdorpel en de onderste tien centimeter van de stijlen, dan is dat vrijwel altijd te herstellen. Zit het rot in de bovendorpel of loopt het door tot in het midden van de stijl, dan is vervangen goedkoper dan repareren.
Die inventarisatie is meer waard dan een offerte. Ik zie regelmatig dat een hele gevel vervangen wordt terwijl er drie kozijnen mankeerden en de rest nog dertig jaar mee kon. Een schilder of een houtrotspecialist doet zo’n ronde voor 150 tot 350 euro in 2026 en zet per kozijn op papier wat de staat is. Dat bedrag verdien je terug bij de eerste offerte die je erdoor halveert.
Er is één uitzondering waarbij vervangen bijna altijd het antwoord is: enkel glas in vaste ramen die nooit open kunnen. Dan zit je aan het glas vast omdat de sponning te ondiep is voor isolerend glas, en dan vervang je het kozijn niet vanwege het hout maar vanwege de warmte die er doorheen loopt.
Wat er op de offerte moet staan
Een offerte voor kozijnen is berucht om wat er niet in staat. Dit hoort er wel in te staan, en zo niet, vraag het na voordat je tekent.
- De U-waarde van het glas en de Uf-waarde van het profiel, apart genoemd.
- Wie het oude kozijn sloopt en afvoert, en of de stortkosten inbegrepen zijn.
- Hoe de aansluiting op het metselwerk wordt afgewerkt: alleen kitten, of ook een compriband en een aftimmering.
- Wie het binnenwerk herstelt. Het stucwerk rond de dagkant scheurt bij vervanging vrijwel altijd, en dat herstel zit er zelden bij.
- Wat er gebeurt met de vensterbanken, binnen en buiten.
- De levertijd, en wat er gebeurt als de kozijnen te laat zijn terwijl de gevel al open is.
- Het beslag: merk, en of het SKG-gekeurd is, want dat scheelt in de inbraakwerendheid en soms in de verzekering.
Dat laatste punt over de aftimmering en het stucwerk is waar de meeste ruzies over gaan. De kozijnenleverancier vindt het gevelwerk, de stukadoor vindt het kozijnenwerk, en de bewoner zit met een kale rand rond zes ramen. Laat het benoemen in de offerte, ook als het antwoord is dat je het zelf doet.
Wat ik zou kiezen
In een vooroorlogs huis met een gevel die iets voorstelt: hout, en accepteren dat er onderhoud bij hoort. In een naoorlogs rijtjeshuis waar de kozijnen sober en recht zijn: kunststof aan de achterkant zeker, en aan de voorkant ook, tenzij de hele straat nog hout heeft. Voor een aanbouw of een grote pui: aluminium. En blijf je zeker twintig jaar wonen en heb je het budget: hout met een aluminium buitenschil, want dat is het enige waar je later nooit spijt van krijgt.
Waar ik echt tegen ben is het halve werk: drie kozijnen vervangen en de rest laten staan omdat het budget op is. De gevel wordt er lelijk van, de oude kozijnen worden er niet beter op, en je betaalt twee keer voorrijkosten en twee keer steigerhuur. Doe dan liever eerst alleen de zuidgevel, helemaal, en spaar een jaar voor de rest.
